Wat is dat God?

Preek op de eerste Zondag na Pinksteren: feestdag van de allerheiligste Drie-eenheid, 7 juni 2020

Een Joods verhaal uit Oost-Europa vertelt van een rabbijn – een leraar van de Wet – die de kamer van een leerling binnenging en hem vroeg: “Zeg mij eens, wat is dat God?” De leerling zweeg. Een tweede en een derde maal herhaalde rabbijn zijn vraag. Maar hij kreeg geen antwoord. Toen vroeg hij: “Waarom zwijg je?”
Aarzelend zei de leerling: “Omdat ik het niet weet.”De rabbijn stelde zich toen zelf die vraag:
“Weet ik er dan iets van? Het is duidelijk dat God bestaat en dat er buiten Hem niets bestaat. Verder weet ik eigenlijk niets van God!”

Da’s nog eens andere praat dan die veel mensen nogal eens over God bezigen. Het lijkt er soms op dat die alles van God weten. In deze tijden van de wereldwijde coronapandemie, weten ze het zeker:
“Dat dit gebeurt dat is Gods wil. Hij heeft er een bedoeling mee.”

En dan blijkt die bedoeling vaak in dezelfde lijn te liggen als de ethische of maatschappelijke gedachtenlijn van de spreker. En een ander weet in bepaalde situaties met zekerheid te verkondigen:
“God wil dat jij dit of dat doet, als je dat niet doet handel je tegen Gods wil.”

U kunt dit soort opmerkingen vast zelf wel aanvullen. Dit soort opmerkingen zijn wel heel andere taal als die van de apostel Paulus die in zijn brief aan de Romeinen (11, 33-34) schrijft:
“Hoe onpeilbaar zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?”

Wat is dat God?

Als wij over God willen spreken dan moeten wij wel wat voorzichtig zijn. En als Gods rijkdom, wijsheid en kennis onpeilbaar, onuitputtelijk zijn,  als niemand weet wat er in de Heer omgaat, hoe durven wij dan nog te praten over de Drieëenheid of drievuldigheid van God? Dat zijn woorden die niet eens in de Bijbel staan, woorden die door mensen gesmeed zijn. Kunnen wij daarover – over Gods wezen, zijn diepste zijn, – maar niet beter een eerbiedig stilzwijgen bewaren? Zeker als je daarbij ook nog eens bedenkt hoeveel verketteringen, kerkscheuringen en verdriet de strijd om dit soort woorden door de eeuwen heeft opgeleverd.
Ja, als wij met het spreken over de Drieëenheid onze nieuwsgierigheid naar Gods aard en wezen willen bevredigen, dan kunnen wij maar beter zwijgen. Zo vaak als wij ons daaraan vergrijpen, vallen wij in de kuil van onze hoogmoed, dat wij God wel eens eventjes kunnen doorlichten. Maar God heeft zijn verborgenheid.

“De Vader,” zei eens een theoloog – van wie de naam mij is ontschoten – , “de Vader wil geen wetenschappelijk probleem zijn.” Willen wij weten, wat dat is God, dan mogen wij de plaats niet verlaten waar zijn openbaring, zijn gang met Israël en met de Kerk ons gebracht heeft, het gewone leven, de wereld van ons mensen.

Daarover vertelt de Bijbel – het boek over Gods omgang met de mensen. De Bijbel is niet zo geïnteresseerd in de vraag wie of wat God is. Maar op iedere bladzijde zegt de Bijbel ons wel, wat God doet, wat God doet voor mensen. Het is niet de vraag wie God in zichzelf is, waar het in de Schrift op aankomt, maar het is de vraag wat, wie God is voor ons mensen.

Bij Gods zelfopenbaring aan Mozes in de brandende doornstruik (Exodus 3)komt dat al duidelijk uit. God zegt niet dat Hij almachtig, heilig, alwetend, of wat dan ook is. Nee, God zegt wat Hij is voor mensen. Hij de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob. Hij is de God die Abraham en Sara uitkoos om met hen en met hun nakomelingen een verbond te sluiten, de God die aan de aartsvader Abraham de belofte van zijn heil had geschonken en trouw is gebleven aan Isaak en Jakob. Door die Naam te gebruiken wordt een mens – Mozes – geplaatst in de geschiedenis van God met de mensen. De God die de vaderen zegende en redde, is ook de God van Mozes die als een vluchteling in de woestijn van Midjan leefde, is ook de God van zijn in Egypte onderdrukte volk. Hij is de God die – zoals wij in de eerste lezing hoorden – zijn volk na de bevrijding uit de slavernij van Egypte op de twee stenen platen de tien geboden, de aanwijzingen voor een goed leven gaf. Hij is de God die zichzelf noemt:

de barmhartige en medelijdende, groot in liefde en trouw.

Hij is de God aan wie de mens – in dit geval Mozes – bij het horen en ervaren van wie die God is, vraagt:

Wees zo goed en trek met ons mee, maak deel uit van ons leven met alle vreugde en verdriet, zorgen en moeiten. God hervat en zet hier voort zijn leiding in het leven van de aartsvaders en aartsmoeders.

Ja, er is een afstand tussen God en de mensen. Het is nodig dat God zich openbaart, zich laat kennen. En daarom zegt Paulus ook  niet – zoals sommigen van zijn Griekse tijdgenoten en mensen uit onze eigen tijd – dat alle dingen God zijn, maar dat ze uit God en door God en tot God zijn. Maar die God is niet hoog, onaantastbaar, onbereikbaar voor ons eenvoudige stervelingen. Hij is de levende God die gekend wil worden, die liefde wil geven en liefde wil ontvangen. Hij heeft zich laten kennen zoals Hij deed aan het volk Israël, als de God die bevrijdt uit onderdrukking en die een weg door het leven wijst. Ja, Hij is de levende God die door alle mensen gekend wil worden, die de hele wereld wil behouden. Dat betekent niet dat al Gods wegen met ons mensen direct helder en doorzichtig zijn, dat er voor ons geen vragen zijn. Maar om zijn liefde voor ons mensen zichtbaar en tastbaar te maken, om op al onze vragen eens en voorgoed een antwoord te geven heeft Hij zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus gezonden. In die Jezus van Nazareth heeft God laten zien hoe lief Hij de wereld – onze vaak zo liefdeloze mensenwereld – heeft, zo lief dat Hij zijn leven voor ons over heeft. Door Jezus – door zijn woorden en zijn daden bij het woord – weten wij dat God liefde is, dat God een op het heil van de mensen bedachte God is. Zo komen wij – al kunnen wij de goddelijke werkelijkheid nooit helemaal bevatten – toch veel te weten over het wezen van God, over wie God is.

Jezus heeft ons het gelaat van de Vader zichtbaar gemaakt.Veel mensen zeggen dat zij wel in “iets” geloven, dat er wel “iets” moet bestaan. Maar Jezus heeft ons Gods diepste, meest echte Naam geopenbaard. Wij geloven niet in “iets”, wij mogen geloven in een Iemand, die wij Vader mogen noemen. God is niet in de eerste plaats onze Vader, omdat Hij ons geschapen heeft en van ons houdt. Dat is wel juist. Maar totaal onvoldoende. God is in de allereerste plaats Vader van zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus. En wij zijn pas echt dochters en zonen, kinderen van God, vanuit Jezus de Heer, die onze Broeder is.

Maar om dat te kunnen geloven hebben wij de Heilige Geest nodig. Want alleen de Geest van God verklaart ons dat wij kinderen van God zijn. Door Hem kunnen wij roepen:
“Abba, Vader!” Door de Heilige Geest worden wij opgenomen in het grote geheim, het wezen van het goddelijk leven, de liefde, eeuwige liefde.

De Geest zal ons leiden tot aan het Rijk van God waar God alles in allen zal zijn, waar wij Hem zullen kennen en zien zoals Hij is.

Op de weg daarheen, door Jezus al opgenomen in het geheim van Gods liefde, kunnen wij –want dat is het geheim van de liefde – niet anders dan in wederliefde daarop reageren. Door Jezus en de Geest weten wij dat de God van Israël en de Kerk geen mysterie van eenzaamheid is, maar het geheim van de Drieëenheid, het geheim van het samen-zijn: creativiteit, kennen, beminnen, uitstromen èn ontvangen.

En daarom – omdat God zo is – zijn wij zoals wij zijn.

Mensenbestaan is mogen meedoen met wat God is: liefde.

Ons reageren op die liefde van God kan alleen maar door gehoor te geven aan de oproep van Jezus Christus, de God met ons.

Dat vraagt heel ons wezen, al onze inzet in de wereld waarin wij samen met al Gods kinderen mogen leven. Dat vraagt creativiteit om het leven leefbaar te houden voor gezonden, voor kwetsbaren en voor zieken in deze coronatijd.

Dat vraagt in een tijd waarin wij door de wereldwijde Black life matters-beweging er weer met de neus boven opgedrukt zijn dat er in onze wereld nog heel veel onrecht, racisme en discriminatie is, om inzicht en moed om antwoorden te vinden op de vraag hoe wij mensen van alle ras en kleur in gerechtigheid en vrede met elkaar op deze aan ons allen gegeven aarde kunnen leven. Ik denk dat wij daartoe alleen kunnen komen als wij durven leven vanuit de liefde van God, een liefde die zichzelf weggaf in het leven van Jezus, zijn Zoon en onze Broeder.

Goddank, mogen wij die liefde vandaag weer vieren, als werkelijkheid in ons midden ervaren in de viering van de Eucharistie, waarin wij aan Gods tafel in het brood van het leven en de kelk van het heil Christus, de vleesgeworden liefde zelf ontvangen. Die heilige communie, die heilige gemeenschap neemt ons niet alleen op in het geheim van de goddelijke liefde, maar geeft ons ook de kracht om de weg te gaan die God ons wijst, die vernieuwt ons leven en doet ons groeien in liefde.

Amen.

Pastoor Wietse van der Velde

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.