Meditatie 40-dagentijd 4 2020 – Licht in het duister

Licht in het duister

Ik had mij voorgenomen om een korte gedachte met u te delen iedere zondag zolang als de kerkdeuren gesloten zijn om het coronavirus zo goed en kwaad als het gaat buiten onze mensengemeenschap te houden.                                                                                                            Maar waar moet het overgaan?                                                                                                         Moet je net doen alsof er niets in de wereld, niets met ons aan de hand is en “gewoon” maar uitgaan van de liturgie van de kerk?  Of moet je die nu juist maar links laten liggen en het hebben over het virus en de consequenties die dat heeft voor mens en maatschappij? Dilemma’s alom. En toen las ik het evangelie van morgen en die bracht beide dingen samen.

Het is een menselijke reflex van alle tijden en plaatsen om telkens wanneer mensen getroffen worden door ziekte, een handicap, een ongeluk of een ramp zich de vraag te stellen: “Waarom moet mij dit overkomen?” , of: “ Waar heeft hij – zij – dit aan verdiend?”

Er wordt dan gedacht dat God een bedoeling heeft met alles wat er gebeurt. Door sommigen werd de watersnoodramp van 1953 gezien als straf van God. Anderen noemden de vuurwerkramp in Enschede in 2000 een waarschuwing van Godswege. In de afgelopen week las ik diverse keren dat in godsdienstige kringen – christelijke zowel als islamitische – gezegd wordt dat de uitbraak van het virus de straf van God is voor de menselijke zonden. En al naar gelang de spreker wordt dan de zonde aangewezen.                                                            Morgen vieren we de vierde zondag in de Veertigdagentijd. De evangelielezing die dag is Johannes 9, 1-39: het verhaal van de genezing door Jezus van een mens die vanaf zijn geboorte blind was. Zodra die man bij Jezus is gebracht willen zijn leerlingen van Hem weten waarom die man dat lot heeft getroffen. In hun vraag gaan ze er vanuit dat die blindheid te maken moet hebben met zonde van de blinde of van zijn ouders. Maar Jezus sluit beide mogelijkheden uit. God heeft niet de hand in de ziekte, maar houdt de zieke in zijn hand. Het enige dat telt, is dat Jezus, die zichzelf het Licht der wereld noemt, de ogen van de blinde opent en de duisternis uit zijn leven verdrijft.

Toen ik mij dat bedacht, kwam bij mij dat prachtige lied uit de gemeenschap van Taizé naar boven, dat ik vorige week zondagmorgen had gehoord toen ik keek naar de gebedsdienst die vanuit het dienstencentrum van de Protestantse Kerk was uitgezonden.

Als Alles duister is

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft,
een vuur dat nooit meer dooft.

Dat waren woorden van hoop en vertrouwen op de God en Vader van Jezus Christus, die ons vasthoudt in het duister, voor ons licht en toekomst wil zijn, die al onze vragen en angsten –  die er zeker zijn en die we niet hoeven te ontkennen – omvat houdt in zijn liefde.

Als afsluiting geef ik u graag het volgende gebed van Wim van der Zee door, een gebed geschreven voor de vierde zondag van de Veertigdagentijd, een gebed voor mijn gevoel geschreven voor vandaag.

O God, richt Gij ons op

als wij terneergeslagen zijn,

bedrukt door wat wij zien en horen,

doe ons weer opademen

door het nieuwsbericht van uw heil,

versterk ons hart dat wij anderen versterken,

neem ons allen mee

in de beweging van uw vrede.

Amen.

Een hartelijke groet, voor u allen,

Wietse van der Velde, pastoor

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.