Goede vrijdag

Goede Vrijdag 2020

Aanschouwt het hout des kruises,

waaraan het heil der wereld heeft gehangen.

‘t Is een raar Pasen dit jaar.

Kerst hebben we nog met alle toeters en bellen gevierd –

het lijkt al weer zo lang geleden.

Maar de Goede Week en Pasen gaan in alle stilte voorbij:

geen kerkdiensten,

niet het samen vieren van het Pascha van de Heer,

zijn doortocht van donker naar licht,

van dood naar leven.

Ik vind dat moeilijk,

want in mijn persoonlijk geloofsleven staat Pasen centraal.

Kerst is een mooi feest:  –

dat God in de mens Jezus ons leven is komen delen,

is een geweldig feit,

een heilsfeit.

Maar zonder Pasen,

zonder kruis en opstanding van die Jezus,

is Kerstmis eigenlijk een feest zonder doel.

Ik ben sedert ik daarop was attent gemaakt,

gefascineerd door – vaak 17e eeuwse – schilderijen

met voorstellingen van de aanbidding door de herders

van het kindje in de kribbe.

Vaak liggen daar in die stal – schijnbaar achteloos –

twee strootjes onder de kribbe.

Maar ze zijn over elkaar gelegd:

“Zijn krib werd een kruis.”

Dat kruis dat is andere taal,

dan een romantische stal, een pasgeboren kindje, gelukkige ouders,

dartele engeltjes die zich om hen verdringen,

“eenvoudige” herders in aanbidding op hun knieën

en noem maar op.

Die kribbe werd een kruis.

Op Goede Vrijdag is de kerk behoorlijk onttakeld.

Het altaar staat er kaal bij, alle doeken zijn eraf gehaald,

alle kandelaren zijn opgeborgen,

(tot in de 20e eeuw werden ook altaarschilderijen

en de beelden door doeken aan het oog onttrokken),

het orgel zwijgt;

kortom de kerk lijkt – toegegeven in de verte – een beetje op een arme stal.

Centraal staat in de viering op de middag of avond van de Goede Vrijdag

het kruis.

In deze viering waarin voor de rest alleen maar lezingen,

gezangen en gebeden hun plaats vinden,

is dat kruis het middelpunt van het enige “dramatische” onderdeel van de dienst:

de kruisverering.

Het kruis van Jezus – dat mogen wij nooit vergeten –

is een galg, een schandpaal.

De christenen zijn het echter al vanaf apostolische tijden

als een teken van overwinning gaan zien,

ja, als een boom des levens.

Paulus roept al in zijn brief aan de Galaten

dat het verre van de christenen moet zijn,

dan om in iets anders te roemen dan in het kruis van onze Heer Jezus Christus

(wij zingen die woorden vanouds als openingszang

in de Avondmaalsmis van Witte Donderdag).

Op Goede Vrijdag wordt het kruis aan de aanwezigen in de kerk getoond,

hoog verheven onder het zingen van de roep:

Aanschouwt het hout des kruises,

waaraan het heil der wereld heeft gehangen”.

en daarna zingen we – terwijl het kruis wordt bewierookt – de hymne

Vexilla regis prodeunt/Des konings vaandels gaan vooraan.

Het lied heeft het over “t geheim des kruises”.

Dat geheim is dat op dat schandhout uitgespreid

“de Schepper als een schepsel lijdt.”

Het diepe geheim van Kerstmis dat God in Jezus mens is geworden,

wordt hier in gewaagde woorden onder woorden gebracht.

In de verdere verzen rijst het kruis als een boom voor onze ogen op.

Het wordt bezongen als de boom des levens.

Dat is geen camouflage van wat onaangenaam en pijnlijk is,

maar dat is de vrucht van het nadenken

over de zin en de betekenis van het kruis.

Wat een vondst van die oude kerkvaders.

Tegenover de boom der kennis van goed en kwaad,

de boom van de zondeval,

de boom van de dood

uit het verhaal van de zondeval uit het boek Genesis,

stelden zij een andere boom,

de boom des levens.

Venatius Fortunatis (ca. 535-609),

bisschop van Poitiers, de dichter van Vexilla regis

noemde in een andere hymne –

die in ons huidige gezangboek geen plaats heeft gekregen,

maar dat vroeger wel een plaats in de liturgie van onze kerk had –

het kruis zelfs “de edelste van alle bomen” en “lieflijk hout”.

De vrome gedachte sloeg zelfs een beetje op hol,

toen men ging zeggen,

dat het kruis van Christus en de boom van Adam

op dezelfde plaats hadden gestaan.

Dat mag dan een vroom verzinsel zijn,

maar ze was niet alleen vroom,

maar ook heel diep.

Want men wilde er mee zeggen,

dat het kwaad teniet werd gedaan

op de plek waarop het ter wereld was gekomen.

Ons Goede Vrijdaglied zegt dat die boom

“het kostbaarst dat de wereld weet” draagt.

Jezus hangt als een rijpe vrucht aan de levensboom,

zodat ieder die van hem eet, eeuwig leven zal hebben.

Een nieuwe omkering van het aloude verhaal van de zondeval

(die appel en die slang en die vrouw en die man, weet u wel).

De 20e eeuwse dichter Willem Barnard staat in dezelfde traditie

als hij het kruis “de boom des levens” noemt (gezang 629).

Maar hij ziet in dat gezang Jezus niet in de eerste plaats

als een rijpe levensvrucht,

 maar als degene die gebukt gaat onder die boom des levens.

“Met de boom des levens

doodzwaar op zijn rug

droeg de Here Jezus

Gode goede vrucht.”

Beiden – Venatius Fortunatus en Willem Barnard –

laten ons op hun poëtische manier zien,

waaruit de liefde van God voor ons mensen blijkt.

En die liefde van God blijkt uit het meest onwaarschijnlijke

wat een mens kan bedenken –

het kruis van Jezus.

Het is een liefde die ons draagt,

het is een liefde die tot het einde gaat,

Het is een liefde die niet moe wordt,

Het is een liefde die ons mensen,

onze val te boven doet komen,

het is een liefde die ons draagt,

die ons weer doet verrijzen,

die ons nieuw leven schenkt.

Mensen zeggen vaak:

als God liefde is, hoe kan Hij het dan allemaal toelaten?

Leed, verdriet, oorlogen, natuurrampen, het coronavirus,

al die verschrikkingen die mensen hier “in dit aardse dal” allemaal overkomen?

Volgens veel mensen zou Gods liefde alleen te maken hebben

met zonneschijn, licht, een stralende hemel en dat soort dingen,

zeg maar de idylle van de kerststal.

Maar dat is nou juist – denk ik – een eenzijdigheid

of liever gezegd een misverstand.

Natuurlijk Gods liefde blijkt ook uit die dingen

die wij mensen met licht en warmte associëren

(die zijn er gelukkig ook in deze wereld).

Maar Gods liefde wordt het meest, het beste zichtbaar

in het donker, in de duisternis, in het kruis.

In de dood van Jezus.

De liefde van God is dit,

dat God zich begeeft in het duister van de verlorenheid en in de dood.

Dat is het geheim van Kerstmis,

dat is het geheim van Pasen:

dat God mens is geworden om ons uit de dood te doen herrijzen,

En als wij dat gaan zien, dan kunnen we met Barnard zingen:
Laten wij God loven,

leven van het licht,

onze val te boven

in een evenwicht.

Dan kunnen wij met Venatius Fortunatus zingen:

U brenge al wat leeft de eer,

Drievuldigheid, o ene Heer,

die ons door ’t kruisgeheim bevrijdt,

regeer ons tot in eeuwigheid.

Dan wordt het Pasen,

ook nu het een “’rare” tijd is.

Wietse van der Velde, pastoor

https://1drv.ms/u/s!AkVzwVewonPLghUqQf5Vt8WDTNf_

Goede Vrijdag

(lied- en gebedsteksten bij filmpje)

Openingstekst bij het kruis

Christus werd gehoorzaam tot de dood,

tot de dood aan een kruis,

daarom heeft God hem hoog verheven

en hem de naam verleend boven alle namen.

(naar Filippenzen 2)

Beschrijving: Free Good Friday Black And White Images, Download Free Clip Art ...

Lied: OKG 632, 1 en 2 When I survey the wondrous cross

1   O kostbaar kruis, o wonder Gods,
waaraan de Prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots,
ik acht verlies wat ik verwierf.
2   Bewaar mij dat ik roemen zou
dan in mijn Heren Christus dood.
Al wat ik anders noemen zou
is niets bij dit mysterie groot.
3   O angst en liefde, ondereen
vermengd als water en als bloed,
zij wijzen naar het wonder heen
van Hem die op de aarde boet.
4   Het rode bloed, zijn koningskleed
bedekt het schandelijke kruis,
dat wordt door alles wat Hij leed
de levensboom van ‘t paradijs.
5   En door zijn dood en door zijn bloed
is nu de wereld dood voor mij.
Ik ben gestorven, maar voor goed
van heel de dode wereld vrij.
6 De aarde elf is veel te klein
Voor wie u waarlijk loven wil.
Uw liefde is een groot geheim,
Zij vraagt geheel mijn hart en ziel.

Gebed

                    Gedenk, o God van genade,

                    al uw daden van ontferming

                    en strek uw zegende armen uit

                    over ons en over al die mensen

                    voor wie uw eigen Zoon

                    de pijnen heeft doorstaan,

                    verwerping, vernedering, verlatenheid,

                    tot in de diepste diepten.

                    In alle eenzaamheid heeft hij,

                    uw Zoon en onze Broeder,

                    de doortocht gemaakt

                    door de duistere nacht

                     naar de morgen van het licht,

                     zonder U los te laten,

                     zonder ons op te geven;

                     o God, laat zijn zwijgende liefde

                    onze grote woorden overstemme

                    laat zijn zachte kracht

                    onze hardheid overwinnen,

                    laat zijn offer ons bewegen

                    tot overgave aan U en aan elkaar.

(t. Wim van der Zee)

Lied: Nox et tenebrae et nubila (gez. 372 Liedboek voor de kerken)

  1. O diepe nacht die ons omringt,

de wereld in uw duister dwingt,

het licht van Christus kleurt de lucht,

Hij komt, Hij jaagt u op de vlucht.

  • De aarde die in ’t donker lag,

komt in zijn zonlicht aan de dag.

Alles krijgt kleur en glans en licht

in ’t stralen van zijn aangezicht.

tekst: Aurelius Prudentius Clemens (348 – ca. 410);

vertaling: Jan Willem Schulte Nordholt, (1920 -1995)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.