Gezonden worden is groeien

Preek bij Zondag na Pinksteren 9, jaar C, 7 juli 2019

Zusters en broeders,

In de kinderkerk maakte ze een mooie slinger met handen die je dragen!

[Zoveel mensen die ik hier zie, ik moet vaker afscheid nemen denk ik dan!] Daar begint mijn laatste preek dan als pastoor van deze parochie. [En dan heb je zulke lezingen als vandaag. Wat klinken ze! De exegeses die ik las gingen over blijdschap, over verheugen, maar als ik ze zo hoor vind ik het er maar moeilijk uit te halen en dan moet ik er ook nog over preken!] Waar zal ik het dan over hebben? Wat wil ik nog meegeven? De lezingen lijken net zo alle kanten uit te gaan als de gedachten in mijn hoofd. Er is een lied van Karlheinz Stockhausen, genaamd ‘Die Nachtigall’ op een tekst naar Paul Verlaine dat klanken en woorden geeft aan mijn voortdurend draaiende gedachtencarrousel: Het begint met deze tekst:

Wie ein Schwarm schreiender Vögel,
Stürzen sich die Erinnerungen
Unter das gelbe Laub meines Lebensbaumes,
Dessen gebeugter Stamm sich spiegelt
Im bitteren Bache der Reue

Deze dagen voelen misschien wat als een herfst, waarin de herinneringen die ik heb opgebouwd in deze parochie als geel verkleurde bladeren aan mijn levensboom vastzitten. Een melancholisch gevoel ontstaat alsof je in een beek staart naar de spiegeling van de gebogen stam.

Zending

We herinneren vandaag aan de zending van de zeventig. Zonder geldbuidel, reistas en sandalen gaan ze op pad. Ook ik word uitgezonden om elders het evangelie te gaan verkondigen en gevraagd het hier achter te laten. Ik kan echter niet zeggen dat ik niks meeneem, gezien de omvang van de verhuizing. Alles gaat mee, zelfs mijn sandalen. Het gaat natuurlijk niet om die materiele zaken en nee, ik probeer mijzelf nu niet vrij te pleiten! Iedereen bouwt geestelijke bagage op en je wordt gevraagd daar los van te staan. Maar wat betekent het om uitgezonden te worden, twee aan twee zoals in het evangelie staat?

De leerlingen worden erop uit gestuurd om te verkondigen dat het koninkrijk van God de mensen heeft bereikt. Waar de meeste vertalingen spreken van 72 leerlingen, blijven wij vasthouden aan 70.

Of het aantal er werkelijk toe doet weet ik niet. Het getal heeft echter wel een functie in het verhaal. Zowel 70 als 72 gaat over het volk van God, over de weg die gegaan moet worden in het geloof. Het geeft de omvang weer van de goede boodschap die Jezus verkondigt. Ze is voor alle volken bestemd en er zijn nog veel arbeiders nodig om de vruchten daarvan op te halen als een oogst. De verkondiging is allang geen zaak meer van alleen de voorgangers, maar van iedereen die zich leerling wil noemen van Jezus zoals we ook in het parochieleven naar streven.

Twee aan twee

Twee aan twee zendt Jezus ze uit, zoals de geschapen mens niet alleen bleef in de wereld. Ze verkondigen de vrede die alle verstand te boven gaat. Ze wordt zichtbaar, daar waar mensen zich laten raken door de vrede. Samen staan de leerlingen echter ook sterk wanneer men hen niet met vreugde ontvangt. Het stof van de sandalen kloppend zullen ze dan weer verder moeten trekken, zonder te treuzelen. Zonder te treuren om hen die het niet willen inzien. God zal in zijn wijsheid ermee handelen.

Het is belangrijk niet alleen te blijven in je geloof, maar samen te delen in wat je gelooft, wat je beweegt en wat je moeilijk vindt. Wanneer we eensgezind naast samenleven, in het besef dat we zelf ook fouten maken, zijn we in staat elkaar zachtmoedig tegemoet te treden, ook wanneer de ander fouten begaat. Niet elkaar de maat nemen, maar elkaar helpen de last te dragen.

Samen of zelf de last dragen?

Of moet iedereen haar of zijn last zelf dragen? In de tweede lezing klinkt het alsof Paulus zichzelf daarin tegenspreekt. Waar hij eerst zegt dat we elkanders lasten moeten dragen, zegt hij enkele regels verder dat iedereen zelf zijn last moet dragen.

In de vertaling die we lezen vandaag valt het onderscheid over welke last we spreken weg die in de Griekse tekst wel zichtbaar wordt. De last die men samen moet dragen is die van het geloof als een weg die niet altijd even gemakkelijk is. Op die weg is veel steun nodig om niet af te haken wanneer het zwaar wordt. In het slotlied komt dat zo mooi naar voren: “Velen die de moed begaf blijven staan of dwalen af, hunk’rend naar hun oude land. Reisgenoten, grijpt hun hand.”

Ik heb weleens wat jaloezie bij mijzelf bespeurd naar mensen die in die zin afhaakten. Zeiden dat ze niet meer geloven. Het voelt soms zo gemakkelijk als je ogenschijnlijk zonder die zorg door het leven kunt gaan. Door de ervaringen die ik heb opgedaan in mijn leven kan ik niet anders meer dan geloven in God, maar dat betekent niet dat het niet gemakkelijk is. Op momenten dat het mij zwaar viel lijkt het bijna gemakkelijker om dan maar niet te geloven. Toch voelt dat dan voor mij alsof je ontkent dat een ander er is om jezelf te beschermen. Om je eigen emoties niet onder ogen te komen.

In het geloof bouwen we allerlei ervaringen op, die we meedragen als een last of misschien beter als een vracht, zoals het Griekse woord ook impliceert, als een lading van een schip. Het zijn de opbrengsten van je geloof, die je in het licht van het oordeel niet kunt afschuiven op een ander. Die je dus zelf draagt. Net zoals Jezus zijn leerlingen dat op het hart drukt, mogen wij ons ook verheugen om die opbrengsten, ook al is niet alles even mooi. Dat is belangrijker dan tijd en energie steken in het eindeloos uitdrijven van de duivels die je tegenkomt op je pad.

Oordeel als vernieuwing

Nu moeten we ook voorzichtig zijn met een al te angstig beeld van het oordeel. Het heeft mensen in haar greep gehouden, terwijl we toch mogen geloven dat we door Christus juist verlost zijn. Zelf zie ik het meer als een moment waarop alles wordt vernieuwd om zo Gods liefde werkelijk te kunnen ervaren. Het beeld van een nieuwe schepping waar ook Jesaja naar verwijst en wat blijdschap gaat brengen. Die blijdschap kondigt hij aan door het messiaanse beeld van een kind dat wordt geboren waardoor Gods troost mag worden ervaren zoals in het ideaalbeeld van een moeder dat haar kind troost. Wij mogen de warmte en genegenheid ervaren als van de moederborst die ons voedt waardoor we mogen groeien in ons geloof.

Groeien

Zo heb ik dat mogen ervaren in de 9 jaar dat ik hier stond. Niet alleen ik ben gegroeid, maar ook deze parochie is gegroeid en daar horen jullie allemaal bij, ook al ben je geen parochielid. Het is een hele weg geweest, maar we zijn ook thuisgekomen hier op deze bijzondere en heilige plek. Hier mogen we met elkaar herinneringen ophalen, zonder te blijven staren naar de spiegeling in de beek van de gebogen stam van de levensboom. Met de blik vooruit mogen we ons verheugen dat we onderweg zijn op een prachtige weg. Onderweg hebben we vele mensen ontmoet die ons met open armen ontvingen, dan denk ik aan de bewoners van de Zeeheldenbuurt en de oecumene en ook de burgerlijke gemeente. Maar het was lang niet altijd koek en ei en we hebben samen ook tropenjaren beleefd waarbij we met z’n allen flink op de proef zijn gesteld.

Maar we zijn er door gekomen en nu dient zich een nieuwe tijd aan. Het voelt wat ongemakkelijk en onzeker met een periode waarin de parochie een tijdelijke pastoor heeft. Daarom mogen we bidden om arbeiders voor de oogst. Wel geloof ik dat het goed komt en er weer een nieuwe pastoor zal komen die op zijn of haar eigen wijze verder gaat op de weg van deze parochie. Het hoort bij het groeien en met die groei dienen zich nieuwe mogelijkheden aan.

Amen.

Pastoor Victor

Jesaja 66, 10-14; Galaten 6, 1-10 en 14-18; Lucas 10, 1-20

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.