Binnentreden in Gods werkelijkheid

Preek op het hoogfeest van Hemelvaart, jaar C, 30 mei 2019

Zusters en broeders,
Het geloof wordt ernstig op de proef gesteld met Hemelvaart. De meeste mensen zullen waarschijnlijk niet meer weten waarom we vrij zijn op deze dag en onder hen ook veel gelovigen. Het is ook niet gemakkelijk. Het heeft iets ongrijpbaars en daarmee rijst de vraag naar hoe we kunnen geloven in iets dat zo ongrijpbaar is. Iets dat we ons niet kunnen toe-eigenen, niet naar onze hand kunnen zetten. Hoe kunnen we binnentreden in Gods werkelijkheid.

Uit handen geven

We vinden het moeilijk als mensen om dingen uit handen te geven. Een zekere angst om de controle te verliezen houdt ons in de greep. Het grijpt diep in op het menselijk leven van alle dag, het grijpt ook diep in op hoe we omgaan met relaties. In de vergaande autonomie van mensen, dreigt men elkaar te verliezen, elkaar niet meer te horen. De wereld hunkert naar omzien naar elkaar, naar een verbindende boodschap, een verhaal dat hoop biedt. We zoeken naar stabiliteit en vastigheid, herkenningspunten die ons helpen die verbinding te vinden.

Vanuit de basis

De leerlingen van Jezus krijgen de opdracht in Jeruzalem te blijven en te wachten tot ze de kracht krijgen om zo de wereld in te gaan om het goede nieuws te verkondigen aan alle mensen.

Het is als een reis die ze moeten maken waarvoor ze een goede basis nodig hebben. Wie op reis gaat heeft een vertrekpunt nodig. Dat vertrekpunt is doorgaans ook de plek waarop we terugvallen, de veilige haven die ons vertrouwt overkomt. Een plek om tot rust te komen en nieuwe inspiratie op te doen. Voor de leerlingen is dat de stad Jeruzalem. Het is hun veilige basis waar ze op kracht kunnen komen. Daar kunnen ze God loven in de Tempel, tot de heilige Geest over hun heen zal komen.

Helaas zal die veilige basis verloren gaan wanneer de Tempel in Jeruzalem vernietigd wordt. Voor iedereen is het moeilijk wanneer je eigen veilige basis je wordt ontnomen. Je ziet het wanneer mensen worden verdreven van huis en haard in geval van oorlog, maar ook wanneer je eigen huis of de relatie die je had niet meer de geborgenheid biedt waarop je hoopt. Mensen raken ontheemd, ontredderd zoeken ze naar vastigheid. Emoties lopen hoog op samen met een ervaring van verwarring. Te midden van dat ontstaat verlangen. Het kan een verlangen zijn naar spullen of plekken, verhalen of handelingen en rituelen die herinneren aan de geborgenheid die eerder werd ervaren. Die kracht gaven. Het is ook de basis geweest voor de ontwikkeling van de kerk als een standvastige plek waar verhalen worden gedeeld en rituelen voor verbinding zorgen. Kerk is daarin een afspiegeling van het hemelrijk dat wij verwachten, alleen is het wel een door mensenhanden gemaakt bouwwerk wat weliswaar structuur biedt, maar waar we ook niet te sterk aan moeten blijven vastklampen.

Niet door mensenhanden gemaakt

Christus oversteeg dit alles, Hij ging binnen in een heiligdom dat niet door mensenhanden gemaakt is. We kunnen het daarmee ons niet toe-eigenen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën trekt de vergelijking met de hogepriester die elk jaar het heiligdom van de Tempel binnengaat. De hogepriester kan zichzelf niet geven, maar heeft het bloed van een offerdier nodig. Het is iets tijdelijks dat door Jezus’ eenmalige offer overwonnen werd. De weg is gebaand waardoor de band tussen God en mens is hersteld. Geloof kan daarom ook werkelijk vertrouwen zijn dat redding ook voor jou mogelijk is. Ik zie dat als een redding van onze eigen beperkte blik. Door geloof kun je het aardse werkelijk overstijgen en zien zoals God ziet. Christus heeft daarmee het probleem in de wereld doorbroken dat de mens keer op keer zich in de zonde moet wentelen in de hoop met God te worden verzoend. De mens is immers al verzoend met God. Het vergt echter wel oefening om dat te kunnen doen en dat kunnen we doen daar waar mensen samenkomen om te luisteren naar Gods Woord en Jezus ontmoeten in het breken en delen van Brood en Wijn als Lichaam en Bloed. In aardse vormen krijgen we dan aangereikt wat niet door mensenhanden is gemaakt.

Ondertussen staan we als de Galileeërs naar de hemel te kijken. Een wolk onttrekt Jezus aan onze aardse blik. Lucas laat dan twee mannen in witte gewaden opdraven. Ze kondigen iets aan dat duiding geeft aan wat er gebeurt, zoals we ook zien bij de geboorte van Jezus. De wolk die Jezus onttrekt aan het zicht verbindt ons met de verhalen uit het oude testament, waar Mozes in de wolk verbleef op de berg en hoe God vanuit de wolk spreekt en meetrekt met de Israëlieten. We worden ook verbonden met de verheerlijking op de berg waar Jezus samen met Mozes en Elia van gedaante verandert. Willem Barnard noemde dat ‘een soort generale repetitie voor Hemelvaart.’ De wolk die hem toen buitensloot, sluit hem nu in.

Gods werkelijkheid

Jezus is overgegaan naar Gods werkelijkheid die geheel anders is dan die waarin wij mensen leven. Het is een werkelijkheid die wij ons niet kunnen toe-eigenen. We kunnen het niet naar onze eigen hand zetten. Het overstijgt daarmee onze eigen werkelijkheid die gebonden is aan ons menselijk handelen. De hemel waarin Jezus wordt opgenomen is daarmee iets bestendigs. Een stabiel gegeven dat niet hoeft te veranderen omdat we het naar onze eigen handen willen zetten. Het draait niet om ons veranderlijke beeld van hemel, geloof of God, maar om wat het werkelijk is. Zo overstijgt Jezus het egocentrisme van de mens.

In onze wereld waarin we snakken naar houvast en verbinding is de verleiding groot dat we ons vastklampen aan duidelijke, vastliggende dingen. Het is een spanningsveld tussen traditie en conservatisme. Terwijl traditie een levend gebeuren is, neigt conservatisme naar heimwee naar een verleden dat voorbij is of een toestand die eigenlijk nooit bestaan heeft. Wanneer we ons daar krampachtig aan vasthouden worden we ontrouw aan het heden. De leerlingen hebben geleerd van Jezus dat na de tijd dat ze ‘in Jeruzalem’ moesten blijven de tijd aanbrak om aan de slag te gaan. ‘Jullie hebben gezien wat ik heb gedaan: en nu jullie!’ zoals mijn leidsman placht te zeggen. Jezus sterkt ons daarvoor. Hij rust ons zelf toe, door de kracht van de H. Geest. Daarvoor roept Hij de mensen vanaf hun eigen plaats, hun eigen veilige basis, het eigen Jeruzalem. Wanneer we ingaan op de uitnodiging van Jezus overstijgen wij ook ons eigen aardse bestaan en komen ook wij thuis bij God.
Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Handelingen 1, 1-11; Hebreeën 9, 24-29; Lucas 24, 49-53

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.