Allesomvattend

Preek bij de zondag van de allerheiligste Drie-eenheid, 16 juni 2019

Zusters en broeders,

Een spannend thema wordt op deze zondag aangesneden, de allerheiligste Drieëenheid. Het is een spannend thema en meteen ook een allesomvattend thema, dat zeer moeilijk uit te leggen is, als het al helemaal uit te leggen is. Iedereen heeft er een eigen beeld bij en het heeft in de geschiedenis tot scheiding geleid tussen kerken. Misschien zie ik mij als gewone theoloog ook wel niet helemaal als de aangewezen persoon om erover te spreken. We zouden natuurlijk ook gewon koffie kunnen gaan drinken.
Het is natuurlijk ook een zeer moeilijk theologisch begrip, waar de meesten van ons ook wel wat moeite mee hebben om het in te voelen en te begrijpen. Maar misschien hebben we het juist dan wel begrepen zoals een lieve vriendin mij ooit eens vertelde.
Het is dan ook een thema dat voor heftige discussies kan zorgen binnen ons eigen geloof, maar ook in de dialoog met andere religies. Tot dat betreft kunnen we misschien nog het beste praten met hindoes, gezien ook zij een drie-eenheid kennen en tamelijk ruimdenkend kunnen zijn op dit gebied.
Het is een begrip dat tot veel verwarring kan leiden en het kan zo abstract blijven, een ver van mijn bed show. Zou dat misschien komen omdat we doorgaans onszelf niet meteen betrekken wanneer we het daarover hebben? Kun je eigenlijk wel over de Drieëenheid nadenken en spreken, wanneer we onszelf daarin niet meenemen? We mogen beseffen dat wijzelf van belang zijn in ons begrip van de Drie-eenheid. Het gaat over hoe wij God kunnen ervaren en onszelf mogen herkennen in God, of ons verbonden voelen met God. Hierin mogen we een eenheid ervaren die allesomvattend is.

Eenheid

Deze eenheid is ons overgeleverd vanuit onze joodse wortels:

Sh’ma Yisrael Adonai Eloheinu Adonai Eḥad
Hoor Israel, JHWH is onze God, JHWH is één. (Deut. 6, 4)

Eén, mogen we meer opvatten als één zoals in het woord eenvoud, dan als een getal. God laat zich niet tellen. We mogen geloven in één God die liefde is, die niet ‘dubbel’ is of doet. Een God die ons begrip te boven gaat, zo zeer zelfs dat wanneer we God zouden zien, we verdwijnen in Hem. Ons menselijk spreken is te beperkt om Hem te beschrijven, maar mensen hebben door de eeuwen heen hem mogen ervaren. In de Bijbel vinden we daar de getuigenissen van en onze voorouders in het christendom kwamen tot een ervaring op drie manieren, welke ze vastlegden voor ons in de hoop dat wij ons daardoor zouden laten verrijken. Ze ervoeren God als de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Los waarneembaar, maar niet los van elkaar. Zoals wanneer ik de lonten van drie brandende kaarsen samenbreng er één vlam ontstaat. Zoals water vloeibaar kan zijn, bevroren of als damp, maar nog steeds water is.

We kunnen ons erover opwinden, het naast ons neerleggen of simpelweg niet accepteren, of we kunnen er ons door laten raken hoe het abstracte begrip van God zich toch openbaart aan mensen in vormen die ons kunnen helpen.

Vader

Wanneer we God vader noemen, doen we dat niet omdat Hij van het mannelijk geslacht zou zijn. Het heeft veel meer weg van een keuze. Ik moet kiezen voor God, anders dan bij het moederschap. Het kind komt uit haar schoot, ze heeft het zichtbaar bij zich gedragen. Een vader moet ‘ja’ zeggen tegen het kind waarvan de moeder zegt dat het de zijne is. Het kind moet dat ook, erkennen en dus kiezen. De God, wiens Naam we volgens de joodse wet niet mogen uitspreken komt, doordat Jezus hem Vader noemt, ineens veel dichterbij. Door ‘Vader’ tegen God te zeggen haalt Jezus iets naar voren wat misschien al in het Joodse Godsbeeld zat, maar wat vergeten was geraakt.

Zoon

Ook mogen we God ervaren als mens geworden in Jezus, als Zoon van God, niet omdat de andere mensen geen kinderen van God zijn, maar omdat Hij zo vol van God was, dat Hij sprekend op God leek. Hij was – en is nog steeds – God. De uiting van God onder de mensen. Het scheppende woord dat God in het begin sprak, het Woord dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. En het woord zegt dat er licht moet zijn, licht dat als leven tevoorschijn komt in mensen. Jezus was helemaal God en helemaal mens, maar toen Hij terugkeerde naar de Vader, verdween alles wat niet God was. Zijn lichaam was onvindbaar. “Ik weet niet waar ze Hem nu hebben neergelegd.”  Zegt Maria, die zoekt naar Jezus.
Wanneer ik dat lichaam vind, vind ik God, Het lichaam van de in God verdwenen Jezus dat we zoeken, noemen we het mystieke lichaam, of ook wel het verheerlijkte lichaam. Vinden we dat, dan vinden we God. ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’, want ‘Ik en de Vader, wij zijn één.’ Wordt er van hem gezegd.

Op weg naar zijn einde, in het besef dat alles zal verdwijnen geeft Hij zijn vrienden een teken. Door dit teken vertelt Hij dat Hij zal verdwijnen, maar dat ze hem niet hoeven te zoeken. Hij reikt hun brood en een beker en zegt ‘dit is mijn Lichaam’ en ‘dit mijn Bloed’. Telkens als jullie dit doen, dan ben ik daar.

Daarna verdwijnt Hij onder de belofte dat Hij de vertrooster zenden zal, die alles zal verklaren waar ze nog niet aan toe waren.

Geest

Waar het sterfelijke lichaam verdwijnt, komt een geestelijk lichaam tevoorschijn. Gods eigen Geest wordt gegeven aan de leerlingen. In ons mensen gaat Gods Geest door met scheppen in wijsheid uit niets. Uit dingen waar wij niets meer in zien. Los van de beperkingen van ons vlees. Opnieuw geboren uit water en Geest. Het staat los van alles wat wij als mensen aan beperkingen opleggen aan onze wereld. Een wereld die als één grote schedelplaats kan zijn, vol dood en verdriet, tranen en pijn, arrogantie en domme wreedheid. Te midden van al dat, schept God telkens opnieuw.

Het is de allesomvattende wijsheid die aan alles vooraf gaat. Wijsheid die dingen schept waar liefde en verbintenis uit mogen spreken, eenheid. Waar hoop uit mag spreken, hoop op een betere toekomst. Iets wat voor ons mensen moeilijk is, door onze eigen drieslachtigheid, waardoor we in verleden, heden en toekomst leven, maar waar we ons maar al te vaak door ons verleden laten bepalen of beperken. Hoop die we laten vervliegen omdat onze ervaringen uit het verleden ons doen geloven dat het in de toekomst niet anders zal zijn. Maar God stopt niet met de dingen van liefde, verbintenis en hoop te scheppen. Telkens opnieuw zullen die dingen weer geschapen worden. Voor mensen die ze aannemen. Die proberen het geschapene goed te verzorgen en te doen groeien, zoals de Heer van ons vraagt. Waarin we hoop mogen houden.

Boven ons uit

Het mysterie van de Drie-eenheid van God gaat ons begrijpen ver te boven. Zoals eenheid überhaupt voor ons moeilijk te vatten is in tijden van verdeeldheid en het vooropstellen van het ‘ik’. En toch mag het dichtbij ons staan. Het zegt ons wat over hoe wij de wereld ervaren, hoe wij elkaar ervaren en hoe wij onszelf ervaren.
Het laat ons zien dat God, hoe Hij zich ook openbaart, geen andere God is. Hij was, is en blijft één.
We worden boven onszelf uitgetild. We zijn meer dan het vlees, meer dan de materie van deze voorbijgaande aarde, deze voorbijgaande werkelijkheid. God nodigt ons uit te worden als Hij is, één, vol van liefde, zonder de beperking van wie we zijn als vleselijke mensen.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Spreuken 8, 22-31; Openbaring 4, 1-11; Johannes 16, 5-15

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.