OKKN Protocol ‘Kerk-zijn in de anderhalvemetersamenleving

Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
OKKN Protocol ‘Kerk-zijn in de anderhalvemetersamenleving’ (versie 2)
Voor kerkelijke activiteiten, waaronder kerkdiensten, gelden binnen de anderhalvemetersamenleving beperkende maatregelen ter bescherming van personen en ter voorkoming van verspreiding van het COVID-19 virus.
Het Collegiaal Bestuur van de OKKN geeft in dit protocol weer welke maatregelen door kerkgangers en de besturen van parochies en staties genomen moeten worden. Zij baseert zich hierbij op de landelijke richtlijnen van het RIVM (zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nederlandse-maatregelen-tegen-het-coronavirus) en op afspraken die tussen CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken) en de Rijksoverheid zijn gemaakt.

  1. Algemeen
    Iedereen is gehouden aan de quarantaine maatregelen zoals die door de RIVM worden voorgeschreven, zie: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/vragen-antwoorden#Wat%20is%20quarantaine
    Men komt niet naar de kerk:
    • als bij hen of een gezinslid c.q. medebewoner een corona-infectie is vastgesteld
    • als zij of een gezinslid c.q. medebewoner verkoudheidsklachten (neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, (lichte) hoest en benauwdheid) hebben (wel of niet gepaard gaand met verhoging (tot 38 graden) of koorts)
    Voor diegenen die behoren tot de risicogroepen (zie: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/risicogroepen) geldt ‘Wees extra voorzichtig. Het kan verstandig zijn om voorlopig nog zoveel mogelijk thuis te blijven’. Wanneer men er voor kiest zich voor een kerkdienst aan te melden dan is dit uitdrukkelijk voor eigen verantwoordelijkheid. Men dient hierbij niet alleen rekening te houden met de eigen gezondheid, maar ook met de mogelijke belasting op anderen (bijv. het zorgsysteem) indien men onverhoopt toch ziek wordt. Men dient er bovendien rekening mee te houden dat in de kerk, in verband met de 1,5 meter regel, geen beroep gedaan kan worden op hulp van anderen bijvoorbeeld als men slecht ter been is en de kerk alleen middels een opstapje of trap toegankelijk is.
    In de kerk gelden de volgende maatregelen:
    • Men houdt te allen tijde 1,5 meter afstand (twee armlengtes) van anderen.
    • Men vermijdt al het lichamelijk contact en begroet elkaar alleen met een knik van het hoofd.
    • Men wast de handen voor en na het bezoek aan de kerk: 20 seconden lang met water en zeep, daarna de handen goed drogen.
    • Men wordt verzocht voor komst naar de kerk thuis van het toilet gebruik te maken. Gebruik van de toiletten in het kerkgebouw dient tot een minimum beperkt te worden.
    • Men reinigt de handen bij binnenkomst. Er staat desinfecterend middel klaar bij de ingang van alle kerkgebouwen.
    • Men volgt de aanwijzingen van deurwachten of andere verantwoordelijken in het kerkgebouw.
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
  2. Kerkdiensten (eucharistieviering, gebedsdienst, avondwake, uitvaart, doopdienst, huwelijksinzegening e.o.)
    A. De inrichting van het kerkgebouw
    Ieder kerkbestuur legt het navolgende 1 t/m 11 specifiek voor het betreffende kerkgebouw vast in een gebruiksplan. Dit gebruiksplan is in de parochie te verkrijgen.
  3. Het kerkbestuur wijst voor elke viering een of meerdere deurwachten aan. De deurwacht is verantwoordelijk voor handhaving van de indeling van de kerk, het maximum aantal aanwezigen en de looproutes en kan zo nodig een dwingend besluit nemen in geval de ruimte te vol is of zich ongewenste situaties voordoen.
  4. Er is in ieder kerkgebouw duidelijk zichtbaar aangegeven welke deur dienst doet als ingang en welke als uitgang.
  5. In het kerkgebouw is een looproute vastgesteld ter voorkoming van elkaar kruisende stromen. Deze wordt in het kerkgebouw aangegeven middels tekeningen, markeringen op de grond of via instructies van de deurwacht
  6. In de gangpaden is met markeringen op de grond de afstand van 1,5 meter aangegeven. Men houdt zich aan deze afstand bij binnenkomst, vertrek en bij het ter communie gaan.
  7. Alle zitplaatsen (ook op het altaar) zijn minimaal 1,5 meter uit elkaar geplaatst; met markeringen (bijvoorbeeld rode en groene stickers) wordt aangegeven welke plaatsen beschikbaar zijn.
  8. Ten behoeve van de toewijzing van zitplaatsen kan overwogen worden de beschikbare plaatsen van een nummer te voorzien.
  9. Meerdere personen die samen één gezin of huishouding vormen zouden naast elkaar geplaatst kunnen worden (zonder in achtneming van de 1,5 meter afstand). Dit is van invloed op de indeling van de overige beschikbare zitplaatsen in de kerk. De haalbaarheid hiervan is ter beoordeling aan het kerkbestuur. Wanneer het kerkbestuur besluit dit toe te staan dient dit in de aanmeldprocedure te zijn geregeld. Daarnaast zal de indeling van de beschikbare plaatsen bij aanwezigheid van ‘groepjes’ per viering aangepast moeten worden.
  10. Kerkboeken en/of liturgieboekjes worden voorafgaand aan de viering op de zitplaatsen klaargelegd. Gezangboeken zijn tot nader order (zie punt B. 3) niet in de kerk aanwezig.
  11. Het gebedsintentieboek is niet in de kerkruimte aanwezig. Overwogen kan worden de parochianen uit te nodigen de gebedsintenties vooraf via email aan de pastoor door te geven of een mand achterin de kerk te plaatsen waarin men gebedsintenties op een zelf meegebracht briefje kan deponeren.
  12. De collecte vindt bij voorkeur plaats via een collecte-app (via Tikkie, online bankieren, GivT, etc.). Na afloop van de viering kan de geldelijke bijdrage mogelijk ook worden achtergelaten in collecteschalen of -manden die daartoe achterin de kerk klaarstaan.
  13. De communiebanken mogen niet worden gebruikt; bij het ter communie gaan blijft men staan.
  14. Wijwaterbakjes en doopvonten zijn leeg.
    B. Hygiëne
  15. Het kerkbestuur draagt zorg voor een vrijwilliger die voor, tijdens en na de viering eindverantwoordelijk is voor de hygiëne binnen het kerkgebouw (“hygiënist”).
  16. Voor en na elke viering moeten de volgende zaken (extra) worden gereinigd:
    o deurknoppen (eventueel extra reinigen kort na aanvang of voor einde van de viering)
    o kerkbanken en stoelen
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
    o katheder
    o altaartafel
    o microfoon
    o collecteschalen
    o hostieschalen
    o kerkboeken
    o toiletten en keuken
  17. De kerkruimte dient voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de viering zo goed als mogelijk te worden geventileerd door het openen van ramen, gevelroosters en deuren en het gebruik van mechanische ventilatie. Het gebruik van airconditioning is verboden.
  18. De deuren van het kerkgebouw staan voorafgaand aan en na afloop van de viering open zodat deurkrukken zo min mogelijk aangeraakt worden. De deurwacht sluit de deur nadat de laatste aangemelde kerkganger binnen is.
  19. Er kan geen gebruik worden gemaakt van de garderobe. Men dient jassen mee te nemen naar de zitplaats.
  20. In de toiletruimtes zijn zeeppompjes en papieren handdoekjes aanwezig; het gebruik van stoffen (wasbare) handdoekjes is niet toegestaan.
  21. Na gebruik van het toilet spoelt de bezoeker het toilet met gesloten deksel door en reinigt vervolgens kraan en toilet met de daar aanwezige desinfecterende (wegwerp) schoonmaakdoekjes welke daarna in de gereedstaande afvalbak worden gedeponeerd.
  22. Alle bij de viering betrokken personen (voorganger, lector, cantor) desinfecteren de handen voorafgaand aan de viering, waar nodig (bijv. voorganger voor de communie) gedurende de viering en na afloop van de viering.
  23. Degene die de collecteschaal leegt en de collecte telt draagt bij voorkeur handschoenen en desinfecteert de handen voor en na het tellen.
    C. De kerkdienst
  24. De viering is toegankelijk na aanmelding en toewijzing van een zitplaats en op voorwaarde dat de kerkganger vrij is van klachten die gerelateerd zijn of kunnen zijn aan COVID-19.
  25. De kerkgangers wachten bij aankomst buiten bij de ingang van de kerk op 1,5 meter afstand van elkaar en gaan één voor één naar binnen.
  26. Kerkgangers worden ontvangen door de deurwacht en gevraagd naar eventuele klachten. Bij klachten wordt hen de toegang ontzegd.
  27. De kerkgangers volgen de aangegeven looproute in het kerkgebouw alsmede de instructies van deurwachten tijdens binnenkomst, communie en bij vertrek.
  28. Bij de viering is een minimum aantal personen betrokken, te weten: een voorganger, een deurwacht, een eindverantwoordelijke hygiëne kerkgebouw (hygiënist); zo mogelijk een lector voor schriftlezingen en voorbeden; zo mogelijk een cantor en een organist; eventueel een koster; eventueel een acoliet of misdienaar. Er wordt gekeken naar het combineren van meerdere taken in één persoon.
  29. Voorganger tijdens de vieringen is, in verband met het zo veel mogelijk beperken van reizen, bij voorkeur en zo veel als mogelijk de eigen pastoor. Het bisschoppelijk bureau faciliteert dit, zolang dit nodig is, door middel van een aangepast dienstenrooster.
  30. Het kerkbestuur bepaalt, binnen de hier geformuleerde instructies, een vorm waarbinnen de liturgie binnen de lokale mogelijkheden op aangepaste wijze gevierd kan worden. De liturgie wordt tot nader order hetzij geheel gesproken hetzij met een cantor en een organist gevierd. Priester, lector en cantor kunnen zingen, mits zij zijn tenminste drie meter afstand tot elkaar en tot de gemeente in acht nemen. Er is geen koor- of gemeentezang!
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
    (NB: Vooralsnog wordt aangenomen dat door zingen druppels, en daarmee dus het virus, zich over veel grotere afstand (6 tot 8 meter) verspreiden. We wachten met het vrijgeven van koor- en samenzang op de uitkomsten van nader onderzoek). 8. De gelovigen brengen elkaar de vredegroet middels een knik met het hoofd.
  31. Er is een aankondiging van de collecte en het collectedoel tijdens de viering. De collecte wordt tijdens de viering niet opgehaald. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van een collecte-app; anders kunnen gelovigen zelf na de viering in de collecteschaal of -mand achterin de kerk hun gift achterlaten.
  32. Na het klaarmaken van de communie dekt de voorganger de hosties af met een palla.
  33. De communie vindt (m.u.v. de pastoor) plaats onder één gedaante. Gelovigen komen via de aangegeven looproute en met inachtneming van de op de vloer aangegeven 1,5 meter afstand tot anderen naar voren. De priester reikt de hostie op armlengte uit, zonder daarbij de handen van de communicant aan te raken. Men kan er ook voor kiezen geestelijk te communiceren vanaf de eigen zitplaats. Men kan naar voren komen voor een zegen. Zowel voorganger als kerkganger houden hierbij de voorgeschreven 1,5 meter afstand aan.
  34. Na afloop van de viering neemt de pastoor afscheid van de gelovigen vanaf het altaar – er is geen afscheid bij de deur van kerk.
  35. Er is geen ontmoeting en koffiedrinken na afloop van de viering.
  36. Daar waar kinderkerk wordt georganiseerd wordt de regelgeving van de overheid t.a.v. scholen en kinderopvang gevolgd.
    D. Organisatie en verantwoordelijkheden
    De herindeling van het kerkgebouw is van grote invloed op het aantal beschikbare zitplaatsen. In veel gevallen zal maar ongeveer 20% van de normale capaciteit over blijven.
  37. Het door de rijksoverheid vastgestelde maximum aantal bezoekers bedraagt:
    a. 1 juni – 1 juli: 30 personen
    b. vanaf 1 juli: 100 personen
  38. Het door de rijksoverheid toegestane maximum aantal bezoekers is exclusief ‘personeel’. Tot het ‘personeel’ tijdens een viering behoren:
    a. de pastoor (voorganger)
    b. de lector
    c. de misdienaar/acoliet
    d. de koster
    e. de hygiënist
    f. de deurwacht
    g. de cantor
  39. Het kerkbestuur legt in het gebruiksplan van het kerkgebouw vast hoeveel kerkgangers er, binnen de mogelijkheden van het gebouw, per viering maximaal aanwezig kunnen zijn.
  40. Het is mogelijk meerdere vieringen op één dag te organiseren met een maximum van één per dagdeel en alleen als tussen de vieringen ten minste één uur in acht wordt genomen om de kerkruimte te reinigen en ventileren.
  41. Het kerkbestuur stelt een aanmeldprocedure op en legt daarin vast hoe de verdeling van de beschikbare plaatsen in het kerkgebouw plaatsvindt. De aanmeldprocedure is onderdeel van het gebruiksplan.
  42. Per viering wordt een lijst met aanwezigen opgesteld. Op de lijst dient te worden aangetekend wie de viering daadwerkelijk heeft bijgewoond. Het kerkbestuur draagt zorgt
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
    voor bewaring van de lijsten gedurende vier weken i.v.m. mogelijk noodzakelijk contactonderzoek door de GGD. 7. Het kerkbestuur is eindverantwoordelijk voor het opgestelde gebruiksplan en voor het handhaven van de maximale bezetting van het gebouw. Het kerkbestuur zal deze taak tijdens de viering zoals hierboven omschreven neerleggen bij een deurwacht.
  43. Het is, in verband met het zo veel mogelijk beperken van reisbewegingen, en het in acht nemen van de hygiënemaatregelen, niet toegestaan meerdere vieringen achter elkaar te organiseren.
  44. Persoonlijk pastoraat en diaconaat
    a. Persoonlijk pastoraat en professionele en onderlinge aandacht voor elkaar dient zorgvuldig en veilig te worden vormgegeven. Daartoe gaan pastoors en leden van bezoekteams niet onaangekondigd op bezoek. Om reisbewegingen te beperken en gezondheidsrisico’s te vermijden vindt pastoraat zo veel mogelijk via een videoplatform als Teams, Skype, of Zoom plaats, of telefonisch. In de afweging of het gewenst en verantwoord is om een afspraak voor een huisbezoek te maken, wordt de keuze van de pastorant meegewogen.
    b. Tijdens persoonlijke ontmoetingen wordt de voorgeschreven afstand van 1,5 meter consequent in acht genomen.
    c. Lichamelijk contact door aanraking wordt in alle gevallen vermeden.
  45. Bediening van sacramenten
    a. Bij de doop:
  46. de doop wordt door de pastoor bediend in de viering van de zondag
  47. de doopvonten zijn leeg en worden bij gelegenheid gevuld met schoon water
  48. direct voorafgaand aan de bediening van de doop desinfecteert de voorganger de handen
  49. het doopwater wordt ter plekke gezegend en na afloop niet bewaard
  50. er wordt zo veel als mogelijk 1,5 meter afstand gehouden
  51. de doop vindt bij voorkeur plaats met een doopschelp
  52. de zalving vindt zoals gebruikelijk plaats.
    b. Bij de ziekenzalving:
  53. in een ziekenhuis of verpleeginrichting is toestemming vereist van het dienstdoend medisch personeel ter plaatse
  54. wanneer de patiënt bestemt is met het COVID-19 virus kan de ziekenzaling alleen plaatsvinden als de pastoor gebruik kan maken van beschermende faciliteiten
  55. al naar gelang de omstandigheden dit vereisen én dit mogelijk maken kan met inachtneming van de geldende veiligheidsmaatregelen het sacrament van boete en vergeving worden bediend
  56. op dezelfde voorwaarden kan ook de communie worden uitgereikt
  57. familieleden in de eerste graad kunnen aanwezig zijn als de omstandigheden dit toelaten (naar oordeel van de verpleging); geadviseerd wordt de groep aanwezigen zo klein mogelijk te houden
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
  58. de pastoor neemt zo min mogelijk materialen mee – één hostie in een afwasbaar hostiedoosje en een losse uitdraai van de liturgie – alle gebruikte materialen worden na afloop schoongemaakt ofwel weggegooid
  59. Avondwake en uitvaart
    a. Voorbereiding van avondwake en uitvaart geschiedt bij voorkeur via een videoplatform als Teams, Skype, of Zoom, of telefonisch, waarbij de pastoor de eindverantwoordelijke is.
    b. De gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd en door de pastoor en nabestaanden digitaal gedeeld.
    c. Voor zover de veiligheidsmaatregelen dit toelaten, kan er bij de laatste aanbeveling ten afscheid gebruik worden gemaakt van wijwater en wierook.
    d. De pastoor biedt zoals gebruikelijk de nabestaande(n) pastorale zorg aan. Zie verder: ‘3. Pastoraat’.
  60. Kerkelijke activiteiten en bijeenkomsten (vergaderingen, catechese, bijbel- en gesprekskringen en andere bijeenkomsten in het kerkgebouw, in bijgebouwen en thuis)
    a. Bepaal per bijeenkomst of het noodzakelijk is elkaar fysiek te ontmoeten. Kies zo mogelijk voor een digitale bijeenkomst.
    b. De ruimte waarin de fysieke bijeenkomst plaatsvindt is ingericht op het houden van 1,5 meter onderlinge afstand. Daarbij is aandacht voor looproutes door de ruimte heen.
    c. Op alle bijeenkomsten zijn de hygiëne maatregelen zoals beschreven t.a.v. kerkdiensten onverkort van toepassing.
    d. Bijeenkomsten zijn slechts toegankelijk voor deelnemers die zich hebben aangemeld of die een persoonlijke uitnodiging hebben aangenomen.
    e. Voor alle deelnemers is een zitplaats beschikbaar.
    f. Tot nader bericht zijn koorrepetities niet toegestaan.
  61. Open Kerk (kerkopenstelling voor stilte en gebed, dag-kapel etc.)
    a. De open kerk is gericht op passanten en genereert zo min mogelijk extra reisbewegingen.
    b. De opengestelde ruimte is ingericht op het houden van 1,5 meter afstand.
    c. Het kerkbestuur wijst per openstelling een deurwacht aan die toeziet op het naleven van de 1,5 meter afstand en het niet overschrijden van het maximaal toegestane aantal aanwezigen, en een hygiënist die zorg draagt voor het hierboven onder 2 B. bepaalde. Het kerkbestuur kiest beiden niet uit een van de risicogroepen.
    d. Er is duidelijk zichtbaar aangegeven welke deur dienst doet als ingang en welke als uitgang.
    e. In het kerkgebouw is een looproute vastgesteld. Deze wordt in het kerkgebouw aangegeven middels tekeningen, markeringen op de grond of via instructies van de deurwacht.
  62. Verhuur
    a. Voor de herstart van verhuur aan derden worden de voorschriften van de rijksoverheid t.a.v. de horeca gevolgd.
    b. Los van de voorschriften ten aanzien van de horeca is het vooralsnog niet toegestaan de kerk of bijruimtes beschikbaar te stellen voor koorrepetities.
    Dit protocol wordt aangevuld en/of aangepast wanneer maatregelen vanuit de rijksoverheid daar aanleiding toe geven.
    c. Het OKKN protocol en het gebruiksplan van het kerkgebouw is op alle huurders van toepassing.
  63. Communicatie
    a. Dit protocol wordt gepubliceerd op de website van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland alsmede op alle parochiewebsites.
    b. Het gebruiksplan en de plattegrond met de herziene kerkindeling van de parochie wordt op de parochie website gepubliceerd alsmede duidelijk zichtbaar in het kerkgebouw opgehangen.
    c. Parochianen worden rechtstreeks geïnformeerd over de inhoud van het gebruiksplan met specifieke aandacht voor de aanmeldprocedure en bijbehorende tijdlijnen alsmede over de nieuwe indeling van het kerkgebouw.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.