Gezonden worden is groeien

Preek bij Zondag na Pinksteren 9, jaar C, 7 juli 2019

Zusters en broeders,

In de kinderkerk maakte ze een mooie slinger met handen die je dragen!

[Zoveel mensen die ik hier zie, ik moet vaker afscheid nemen denk ik dan!] Daar begint mijn laatste preek dan als pastoor van deze parochie. [En dan heb je zulke lezingen als vandaag. Wat klinken ze! De exegeses die ik las gingen over blijdschap, over verheugen, maar als ik ze zo hoor vind ik het er maar moeilijk uit te halen en dan moet ik er ook nog over preken!] Waar zal ik het dan over hebben? Wat wil ik nog meegeven? De lezingen lijken net zo alle kanten uit te gaan als de gedachten in mijn hoofd. Er is een lied van Karlheinz Stockhausen, genaamd ‘Die Nachtigall’ op een tekst naar Paul Verlaine dat klanken en woorden geeft aan mijn voortdurend draaiende gedachtencarrousel: Het begint met deze tekst:

Wie ein Schwarm schreiender Vögel,
Stürzen sich die Erinnerungen
Unter das gelbe Laub meines Lebensbaumes,
Dessen gebeugter Stamm sich spiegelt
Im bitteren Bache der Reue

Deze dagen voelen misschien wat als een herfst, waarin de herinneringen die ik heb opgebouwd in deze parochie als geel verkleurde bladeren aan mijn levensboom vastzitten. Een melancholisch gevoel ontstaat alsof je in een beek staart naar de spiegeling van de gebogen stam.

Zending

We herinneren vandaag aan de zending van de zeventig. Zonder geldbuidel, reistas en sandalen gaan ze op pad. Ook ik word uitgezonden om elders het evangelie te gaan verkondigen en gevraagd het hier achter te laten. Ik kan echter niet zeggen dat ik niks meeneem, gezien de omvang van de verhuizing. Alles gaat mee, zelfs mijn sandalen. Het gaat natuurlijk niet om die materiele zaken en nee, ik probeer mijzelf nu niet vrij te pleiten! Iedereen bouwt geestelijke bagage op en je wordt gevraagd daar los van te staan. Maar wat betekent het om uitgezonden te worden, twee aan twee zoals in het evangelie staat?

De leerlingen worden erop uit gestuurd om te verkondigen dat het koninkrijk van God de mensen heeft bereikt. Waar de meeste vertalingen spreken van 72 leerlingen, blijven wij vasthouden aan 70.

Of het aantal er werkelijk toe doet weet ik niet. Het getal heeft echter wel een functie in het verhaal. Zowel 70 als 72 gaat over het volk van God, over de weg die gegaan moet worden in het geloof. Het geeft de omvang weer van de goede boodschap die Jezus verkondigt. Ze is voor alle volken bestemd en er zijn nog veel arbeiders nodig om de vruchten daarvan op te halen als een oogst. De verkondiging is allang geen zaak meer van alleen de voorgangers, maar van iedereen die zich leerling wil noemen van Jezus zoals we ook in het parochieleven naar streven.

Twee aan twee

Twee aan twee zendt Jezus ze uit, zoals de geschapen mens niet alleen bleef in de wereld. Ze verkondigen de vrede die alle verstand te boven gaat. Ze wordt zichtbaar, daar waar mensen zich laten raken door de vrede. Samen staan de leerlingen echter ook sterk wanneer men hen niet met vreugde ontvangt. Het stof van de sandalen kloppend zullen ze dan weer verder moeten trekken, zonder te treuzelen. Zonder te treuren om hen die het niet willen inzien. God zal in zijn wijsheid ermee handelen.

Het is belangrijk niet alleen te blijven in je geloof, maar samen te delen in wat je gelooft, wat je beweegt en wat je moeilijk vindt. Wanneer we eensgezind naast samenleven, in het besef dat we zelf ook fouten maken, zijn we in staat elkaar zachtmoedig tegemoet te treden, ook wanneer de ander fouten begaat. Niet elkaar de maat nemen, maar elkaar helpen de last te dragen.

Samen of zelf de last dragen?

Of moet iedereen haar of zijn last zelf dragen? In de tweede lezing klinkt het alsof Paulus zichzelf daarin tegenspreekt. Waar hij eerst zegt dat we elkanders lasten moeten dragen, zegt hij enkele regels verder dat iedereen zelf zijn last moet dragen.

In de vertaling die we lezen vandaag valt het onderscheid over welke last we spreken weg die in de Griekse tekst wel zichtbaar wordt. De last die men samen moet dragen is die van het geloof als een weg die niet altijd even gemakkelijk is. Op die weg is veel steun nodig om niet af te haken wanneer het zwaar wordt. In het slotlied komt dat zo mooi naar voren: “Velen die de moed begaf blijven staan of dwalen af, hunk’rend naar hun oude land. Reisgenoten, grijpt hun hand.”

Ik heb weleens wat jaloezie bij mijzelf bespeurd naar mensen die in die zin afhaakten. Zeiden dat ze niet meer geloven. Het voelt soms zo gemakkelijk als je ogenschijnlijk zonder die zorg door het leven kunt gaan. Door de ervaringen die ik heb opgedaan in mijn leven kan ik niet anders meer dan geloven in God, maar dat betekent niet dat het niet gemakkelijk is. Op momenten dat het mij zwaar viel lijkt het bijna gemakkelijker om dan maar niet te geloven. Toch voelt dat dan voor mij alsof je ontkent dat een ander er is om jezelf te beschermen. Om je eigen emoties niet onder ogen te komen.

In het geloof bouwen we allerlei ervaringen op, die we meedragen als een last of misschien beter als een vracht, zoals het Griekse woord ook impliceert, als een lading van een schip. Het zijn de opbrengsten van je geloof, die je in het licht van het oordeel niet kunt afschuiven op een ander. Die je dus zelf draagt. Net zoals Jezus zijn leerlingen dat op het hart drukt, mogen wij ons ook verheugen om die opbrengsten, ook al is niet alles even mooi. Dat is belangrijker dan tijd en energie steken in het eindeloos uitdrijven van de duivels die je tegenkomt op je pad.

Oordeel als vernieuwing

Nu moeten we ook voorzichtig zijn met een al te angstig beeld van het oordeel. Het heeft mensen in haar greep gehouden, terwijl we toch mogen geloven dat we door Christus juist verlost zijn. Zelf zie ik het meer als een moment waarop alles wordt vernieuwd om zo Gods liefde werkelijk te kunnen ervaren. Het beeld van een nieuwe schepping waar ook Jesaja naar verwijst en wat blijdschap gaat brengen. Die blijdschap kondigt hij aan door het messiaanse beeld van een kind dat wordt geboren waardoor Gods troost mag worden ervaren zoals in het ideaalbeeld van een moeder dat haar kind troost. Wij mogen de warmte en genegenheid ervaren als van de moederborst die ons voedt waardoor we mogen groeien in ons geloof.

Groeien

Zo heb ik dat mogen ervaren in de 9 jaar dat ik hier stond. Niet alleen ik ben gegroeid, maar ook deze parochie is gegroeid en daar horen jullie allemaal bij, ook al ben je geen parochielid. Het is een hele weg geweest, maar we zijn ook thuisgekomen hier op deze bijzondere en heilige plek. Hier mogen we met elkaar herinneringen ophalen, zonder te blijven staren naar de spiegeling in de beek van de gebogen stam van de levensboom. Met de blik vooruit mogen we ons verheugen dat we onderweg zijn op een prachtige weg. Onderweg hebben we vele mensen ontmoet die ons met open armen ontvingen, dan denk ik aan de bewoners van de Zeeheldenbuurt en de oecumene en ook de burgerlijke gemeente. Maar het was lang niet altijd koek en ei en we hebben samen ook tropenjaren beleefd waarbij we met z’n allen flink op de proef zijn gesteld.

Maar we zijn er door gekomen en nu dient zich een nieuwe tijd aan. Het voelt wat ongemakkelijk en onzeker met een periode waarin de parochie een tijdelijke pastoor heeft. Daarom mogen we bidden om arbeiders voor de oogst. Wel geloof ik dat het goed komt en er weer een nieuwe pastoor zal komen die op zijn of haar eigen wijze verder gaat op de weg van deze parochie. Het hoort bij het groeien en met die groei dienen zich nieuwe mogelijkheden aan.

Amen.

Pastoor Victor

Jesaja 66, 10-14; Galaten 6, 1-10 en 14-18; Lucas 10, 1-20

Navolgen op het juiste moment

Preek bij Zondag na Pinksteren 8, De Navolging, jaar C, 30 juni 2019

Zusters en broeders,

Tot een geloofsgemeenschap behoren is niet meer vanzelfsprekend. Velen kiezen ervoor om zich niet te binden aan een gemeenschap of om zich los te weken van de gemeenschap van hun jeugd en zo te op zoek te gaan naar wat het geloof van hen vraagt. Velen van ons hebben daarvoor een kerkgenootschap verlaten en voor sommigen geldt ook dat hiermee afscheid werd genomen van vrienden en familie om zo een volledig nieuw bestaan op te bouwen. Dat kan voelen alsof je – om maar bij de eerste lezing te blijven – de ploeg achter je verbrandt.

Want in die nieuwe kerk ontdek je nieuwe dingen, maar ook dingen die misschien zijn vastgeroest, of die je vreemd overkomen of misschien zelfs tegenstaan. Het wordt wennen en je moet op zoek gaan naar hoe jouw eigen en persoonlijke geloof een plek vindt binnen die kerk.

Vandaag hebben we Ineke opgenomen in onze oud-katholieke kerk en straks wordt dat nog eens benadrukt, wanneer ze de Communie ontvangt in de gemeenschap, als teken van het opgenomen worden. We hebben eerder gememoreerd aan hoe de weg van de Heer je naar ons geleid heeft. Daarmee ga je verder op de weg van de navolging van Christus en word je leerling van Hem, terwijl je in onze traditie staat.

Dilemma

Leerling van Jezus zijn en Hem navolgen op de weg die God bedoeld heeft, is geen gemakkelijke opgave. In het evangelie komen we drie korte dialogen tegen die Jezus voert met mensen die Hem willen volgen en die voor een dilemma staan. Jezus geeft aan dat als je Hem wilt volgen het geen halfslachtige, maar een radicale keuze vraagt. Hem volgen is Zijn weg gaan, die leidt naar Jeruzalem en de vraag aan jezelf is of je dat kunt of wilt. Kun je jezelf losmaken van wat je bindt in dit leven? Of moet je losgemaakt worden?

Het is het dilemma tussen alles achter laten en zonder om te kijken te gaan daar waar je geroepen wordt of koesteren wat je hebt en gaan voor die schijnbare zekerheid.

Loskomen van wat je bindt

Het klinkt mooi om ongebonden door het leven te gaan, daar waar de Geest je heen stuurt. Ik heb ook veel mensen in mijn leven ontmoet die zo leefden. Maar het vraagt veel van je als mens. Je laat veel achter en je moet daar wel klaar voor zijn. De vraag rijst in hoeverre je klaar kunt zijn voor dat. Elisa kan het niet zomaar loslaten en wil zijn oude leven als boer eerst netjes afsluiten. Met tegenzin geeft Elia hem dan wel de ruimte om dat te doen. De mensen die Jezus willen volgen op zijn weg naar Jeruzalem worden ook voor een moeilijke keuze gesteld, waarin ze moeten afwegen of het wel hun tijd is.

Wanneer je dan de stap zet, dan kan het ook zijn dat het volledig anders uitpakt dan je zelf had kunnen denken. De Galaten, een Keltisch volk waar we in de tweede lezing over hoorden, ervaren dat in hun groep die door Paulus gesticht. Achter zijn rug om probeerden joodse christenen opnieuw een wettisch geloof in te voeren, waarbij ze oude joodse gebruiken moesten overnemen. Paulus treedt daar tegenop en laat hun zien dat werkelijke vrijheid door Christus een geestelijk begrip is dat niet volgens vaste wetten verloopt. Evenmin pleit het je vrij om je eigen behoeften te bevredigen. In het Grieks wordt het op een mooie manier tegen elkaar uitgespeeld doordat de ‘vrijheid van de geest’ boven de ‘vleselijke lust bevredigen’ plaatst. Het is geen stap die je zet voor eigen gewin.

Je zult je eigen weg moeten vinden in het geloof, zoals we dat ook in deze kerk doen. Geïnspireerd door onze geschiedenis, maar niet vastgeklonken aan een bepaald tijdsbeeld dat in het verleden ligt. We zijn oud-katholiek en het is ons door onze voorouders doorgegeven, maar we beleven dat oud-katholiek zijn in het hier en nu, met onze blik vooruit gericht.

Navolgen in werkelijke vrijheid

Het is je eigen weg, met je eigen keuzes. Iedereen gaat zelf over het besluit Jezus al of niet te volgen. Het is niet jouw oordeel over anderen dat ertoe doet, maar de keuze die je zelf maakt vanuit jouw eigen positie. Daarin kunnen dingen die gezegd worden soms ontmoedigend klinken, zoals Jezus en Elia ook niet erg positief klonken naar de mensen die hun wilden volgen, maar nog iets af te handelen hadden. Je moet volledig ‘ja’ kunnen zeggen, maar ook ‘nee’ durven te zeggen op het moment dat je ergens niet klaar voor bent. Jezus maakt de keuze niet voor je, Hij wijst je wel op wat het betekent en dat het een onrustige weg is met veel veranderingen die niet altijd gemakkelijk zijn.

Dit maakt je wel vrij van alles wat je op aarde bindt. Je hoeft je niet te laten tegenhouden door je eigen verleden of het verleden van anderen. Niet door je eigen ideeën, noch door de ideeën die anderen op jou loslaten.

Maar niet iedereen zal je op die weg met open armen ontvangen, zoals de leerlingen ervoeren toen ze onderweg naar Jeruzalem niet welkom waren in dat Samaritaanse dorp, waardoor de eeuwenoude strijd tussen Samaritanen en Joden even aan het licht komt. Niet iedereen is in staat begrip te tonen voor jouw keuzes. Het is dan belangrijk je niet te laten ontmoedigen of in je onmacht boos te worden en verterend vuur over de ander af te smeken – heus het is soms een verleidelijke gedachte hoor!

Het vraagt geduld en doorzettingsvermogen. Telkens opnieuw beginnen met het volgen van die weg, telkens opnieuw je verleden achterlatend. Ook al weet je dat niet iedereen, zelfs in je gezin, de keuze die je maakt hetzelfde ervaart.

We kunnen elkaar daarbij helpen, niet door de ander voor te schrijven volgens welke wetten je moet geloven, maar door elkaar te steunen in de keuzes die we allemaal maken. Daarin gunnen we elkaar de vrijheid om te groeien in het geloof op eigen wijze en in het eigen tempo. Amen.

Pastoor Victor Scheijde

1 Koningen 19, 19-21; Galaten 5, 1 en 13-25; Lucas 9, 51-62

Allesomvattend

Preek bij de zondag van de allerheiligste Drie-eenheid, 16 juni 2019

Zusters en broeders,

Een spannend thema wordt op deze zondag aangesneden, de allerheiligste Drieëenheid. Het is een spannend thema en meteen ook een allesomvattend thema, dat zeer moeilijk uit te leggen is, als het al helemaal uit te leggen is. Iedereen heeft er een eigen beeld bij en het heeft in de geschiedenis tot scheiding geleid tussen kerken. Misschien zie ik mij als gewone theoloog ook wel niet helemaal als de aangewezen persoon om erover te spreken. We zouden natuurlijk ook gewon koffie kunnen gaan drinken.
Het is natuurlijk ook een zeer moeilijk theologisch begrip, waar de meesten van ons ook wel wat moeite mee hebben om het in te voelen en te begrijpen. Maar misschien hebben we het juist dan wel begrepen zoals een lieve vriendin mij ooit eens vertelde.
Het is dan ook een thema dat voor heftige discussies kan zorgen binnen ons eigen geloof, maar ook in de dialoog met andere religies. Tot dat betreft kunnen we misschien nog het beste praten met hindoes, gezien ook zij een drie-eenheid kennen en tamelijk ruimdenkend kunnen zijn op dit gebied.
Het is een begrip dat tot veel verwarring kan leiden en het kan zo abstract blijven, een ver van mijn bed show. Zou dat misschien komen omdat we doorgaans onszelf niet meteen betrekken wanneer we het daarover hebben? Kun je eigenlijk wel over de Drieëenheid nadenken en spreken, wanneer we onszelf daarin niet meenemen? We mogen beseffen dat wijzelf van belang zijn in ons begrip van de Drie-eenheid. Het gaat over hoe wij God kunnen ervaren en onszelf mogen herkennen in God, of ons verbonden voelen met God. Hierin mogen we een eenheid ervaren die allesomvattend is.

Eenheid

Deze eenheid is ons overgeleverd vanuit onze joodse wortels:

Sh’ma Yisrael Adonai Eloheinu Adonai Eḥad
Hoor Israel, JHWH is onze God, JHWH is één. (Deut. 6, 4)

Eén, mogen we meer opvatten als één zoals in het woord eenvoud, dan als een getal. God laat zich niet tellen. We mogen geloven in één God die liefde is, die niet ‘dubbel’ is of doet. Een God die ons begrip te boven gaat, zo zeer zelfs dat wanneer we God zouden zien, we verdwijnen in Hem. Ons menselijk spreken is te beperkt om Hem te beschrijven, maar mensen hebben door de eeuwen heen hem mogen ervaren. In de Bijbel vinden we daar de getuigenissen van en onze voorouders in het christendom kwamen tot een ervaring op drie manieren, welke ze vastlegden voor ons in de hoop dat wij ons daardoor zouden laten verrijken. Ze ervoeren God als de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Los waarneembaar, maar niet los van elkaar. Zoals wanneer ik de lonten van drie brandende kaarsen samenbreng er één vlam ontstaat. Zoals water vloeibaar kan zijn, bevroren of als damp, maar nog steeds water is.

We kunnen ons erover opwinden, het naast ons neerleggen of simpelweg niet accepteren, of we kunnen er ons door laten raken hoe het abstracte begrip van God zich toch openbaart aan mensen in vormen die ons kunnen helpen.

Vader

Wanneer we God vader noemen, doen we dat niet omdat Hij van het mannelijk geslacht zou zijn. Het heeft veel meer weg van een keuze. Ik moet kiezen voor God, anders dan bij het moederschap. Het kind komt uit haar schoot, ze heeft het zichtbaar bij zich gedragen. Een vader moet ‘ja’ zeggen tegen het kind waarvan de moeder zegt dat het de zijne is. Het kind moet dat ook, erkennen en dus kiezen. De God, wiens Naam we volgens de joodse wet niet mogen uitspreken komt, doordat Jezus hem Vader noemt, ineens veel dichterbij. Door ‘Vader’ tegen God te zeggen haalt Jezus iets naar voren wat misschien al in het Joodse Godsbeeld zat, maar wat vergeten was geraakt.

Zoon

Ook mogen we God ervaren als mens geworden in Jezus, als Zoon van God, niet omdat de andere mensen geen kinderen van God zijn, maar omdat Hij zo vol van God was, dat Hij sprekend op God leek. Hij was – en is nog steeds – God. De uiting van God onder de mensen. Het scheppende woord dat God in het begin sprak, het Woord dat vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. En het woord zegt dat er licht moet zijn, licht dat als leven tevoorschijn komt in mensen. Jezus was helemaal God en helemaal mens, maar toen Hij terugkeerde naar de Vader, verdween alles wat niet God was. Zijn lichaam was onvindbaar. “Ik weet niet waar ze Hem nu hebben neergelegd.”  Zegt Maria, die zoekt naar Jezus.
Wanneer ik dat lichaam vind, vind ik God, Het lichaam van de in God verdwenen Jezus dat we zoeken, noemen we het mystieke lichaam, of ook wel het verheerlijkte lichaam. Vinden we dat, dan vinden we God. ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’, want ‘Ik en de Vader, wij zijn één.’ Wordt er van hem gezegd.

Op weg naar zijn einde, in het besef dat alles zal verdwijnen geeft Hij zijn vrienden een teken. Door dit teken vertelt Hij dat Hij zal verdwijnen, maar dat ze hem niet hoeven te zoeken. Hij reikt hun brood en een beker en zegt ‘dit is mijn Lichaam’ en ‘dit mijn Bloed’. Telkens als jullie dit doen, dan ben ik daar.

Daarna verdwijnt Hij onder de belofte dat Hij de vertrooster zenden zal, die alles zal verklaren waar ze nog niet aan toe waren.

Geest

Waar het sterfelijke lichaam verdwijnt, komt een geestelijk lichaam tevoorschijn. Gods eigen Geest wordt gegeven aan de leerlingen. In ons mensen gaat Gods Geest door met scheppen in wijsheid uit niets. Uit dingen waar wij niets meer in zien. Los van de beperkingen van ons vlees. Opnieuw geboren uit water en Geest. Het staat los van alles wat wij als mensen aan beperkingen opleggen aan onze wereld. Een wereld die als één grote schedelplaats kan zijn, vol dood en verdriet, tranen en pijn, arrogantie en domme wreedheid. Te midden van al dat, schept God telkens opnieuw.

Het is de allesomvattende wijsheid die aan alles vooraf gaat. Wijsheid die dingen schept waar liefde en verbintenis uit mogen spreken, eenheid. Waar hoop uit mag spreken, hoop op een betere toekomst. Iets wat voor ons mensen moeilijk is, door onze eigen drieslachtigheid, waardoor we in verleden, heden en toekomst leven, maar waar we ons maar al te vaak door ons verleden laten bepalen of beperken. Hoop die we laten vervliegen omdat onze ervaringen uit het verleden ons doen geloven dat het in de toekomst niet anders zal zijn. Maar God stopt niet met de dingen van liefde, verbintenis en hoop te scheppen. Telkens opnieuw zullen die dingen weer geschapen worden. Voor mensen die ze aannemen. Die proberen het geschapene goed te verzorgen en te doen groeien, zoals de Heer van ons vraagt. Waarin we hoop mogen houden.

Boven ons uit

Het mysterie van de Drie-eenheid van God gaat ons begrijpen ver te boven. Zoals eenheid überhaupt voor ons moeilijk te vatten is in tijden van verdeeldheid en het vooropstellen van het ‘ik’. En toch mag het dichtbij ons staan. Het zegt ons wat over hoe wij de wereld ervaren, hoe wij elkaar ervaren en hoe wij onszelf ervaren.
Het laat ons zien dat God, hoe Hij zich ook openbaart, geen andere God is. Hij was, is en blijft één.
We worden boven onszelf uitgetild. We zijn meer dan het vlees, meer dan de materie van deze voorbijgaande aarde, deze voorbijgaande werkelijkheid. God nodigt ons uit te worden als Hij is, één, vol van liefde, zonder de beperking van wie we zijn als vleselijke mensen.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Spreuken 8, 22-31; Openbaring 4, 1-11; Johannes 16, 5-15

Geloof in de uitverkoop?

Preek bij 7e zondag van Pasen, jaar C, 2 juni 2019

Zusters en broeders,
Paulus en Silas zitten in de gevangenis. Hun openbare optreden heeft tot een soort verkoopspektakel geleid waarbij de verkondiging van het evangelie als koopwaar door een luidruchtige verkoopster werd aangeboden. Het is alsof het geloof in de uitverkoop is als Paulus tot het inzicht komt dat dit niet de goede weg is. Hij stopt het spektakel maar daardoor ontstaat er oproer onder de mensen omdat zijn handelen economische gevolgen heeft voor sommigen. Het leidt tot een marteling en doet ze in de gevangenis belanden. Wellicht ontstond er in Paulus een tweestrijd. Als de boodschap van verlossing niet aanslaat bij de grote massa, wat moeten ze dan? Hoe moeten ze verder? Hoe komen ze hier nu weer uit? Toch lijkt zich een nieuwe weg voor ze te openen, anders dan ze misschien wel dachten.

Jezus heeft er al voor gewaarschuwd. Hem volgen en het geloof verkondigen is geen gemakkelijke taak. Het is iets waarvoor je bespot kunt worden, gemarteld en zelfs gedood, zoals Jezus zelf ook werkelijk gebeurde. Het is ook geen boodschap die gemakkelijk door iedereen wordt aangenomen. Generaliserend gesproken is de wereld niet in staat om Jezus, noch de heilige Geest te zien en te ervaren.

Het lijkt de ultieme antireclame. Wat is er nou aantrekkelijk aan een geloof dat zo anders lijkt te zijn dan de wereld waarin we leven. Dat niet kan aantonen volgens aardse wetenschap dat Jezus echt leeft en dat God bestaat.

Wonderlijk dat geloof

De eerste leerlingen hebben Jezus dan nog echt gekend. Ze hebben met hem gelopen, gegeten, gebeden, gelachen, gehuild. Ze hebben zijn aanraking gevoeld, zijn menselijke stem gehoord. Terwijl wij het moeten doen met een ontmoeting in gebed, in tekenen en symbolen. Een intense levende relatie met Jezus wordt al snel gewantrouwd of bespot. Ook onze wereld staat niet erg vriendelijk tegenover ons geloof. Alles wat ons geloof door de eeuwen heen heeft betekent en wat het tot hiertoe heeft gebracht lijkt te worden afgerekend op de vreselijke misstappen die er ook tot op de dag van vandaag zijn geweest.

Wonderlijk dat geloof. Het is niet ondergegaan in de tijd. Het is ook een wonder dat ik hier met jullie samen mag zijn om samen te vieren. Het is een wonder, dat door die ene Mens, Jezus, werkelijkheid is geworden. Dat doordat zijn vrienden niet konden ophouden te vertellen van hem, ook ons heeft kunnen bereiken.

Het geloof neemt ons mee in het fantastische verhaal van God die de mensen zo liefheeft dat Hij niet anders kan dan het beste voor ons te willen. Het nodigt ons uit over het eigen ego te stappen en te streven naar een wereld die in balans is en waar mensen elkaar niet naar het leven staan maar het voor elkaar opnemen. Met dat verhaal zond God zijn Zoon naar deze aarde en diezelfde Zoon wist mensen te overtuigen dat ze mogen delen in die liefde.

Geen gemakkelijke opgave

Het is geen gemakkelijke opgave wanneer je merkt dat het verhaal door velen wordt afgewezen. Het ademt Geest, en velen kunnen dat niet ontvangen, niet zien, niet kennen. Het doet Jezus waarschuwen: ‘Laat je er niet door uit het veld slaan, maar blijf geloven, want ook al ziet niemand mij meer, jullie als mijn volgelingen zien mij wel. Diep van binnen leef Ik in jou, Mijn Geest ademt door jou, want Ik woon in jou.’

Het kan pas beginnen niet zozeer wanneer we elkaar lief vinden, maar echt liefhebben. Dat gaat voorbij de persoonlijke eigenschappen van mensen. Het gaat erom dat je elkaar het leven gunt waardoor iedereen tot zijn recht komt. Dat vergt veel van jezelf. Mensen die je lief vindt kun je gemakkelijker liefhebben, maar wat met hen die je niet lief vindt? Hoe kun je hen oprecht het leven gunnen? Wetende dat je keer op keer pijn en verdriet kunt ervaren?

Ommekeer

Geloof betekent vaak dat je een tweestrijd ervaart in jezelf. Je moet telkens je bewust worden van de stappen die je zet. Voor Paulus en Silas was het een keuze tussen verkondigen voor de massa of voor individuen. Het betekent keer op keer een ommekeer, zoals ook de slavin ervoer toen ze werd bevrijd van de geest die slechts goed was voor haar eigenaar.

Dat is niet zomaar voor iedereen weggelegd. Het vraagt namelijk een ander denken dan die we gewoon zijn in een wereld die uit is op winstbejag, efficiëntie en groei. Dat economisch denken kan je gemakkelijk in de greep krijgen, je gevangen zetten.

Dat zijn de momenten dat je terug moet naar de bron, naar God, zoals ook Paulus en Silas deden in hun gevangenis. Dat kan de deuren openen en de ketenen doen afvallen.

Er ontstaat dan nieuwe inspiratie die ook anderen raakt, soms ook hen van wie je het niet verwacht, zoals de bewaker in het verhaal die niet weet wat hem overkomt. Gevangen als hij is van het systeem dat zijn broodheer is, ontdekt hij dat het ook anders kan. De vrijheid en liefde die hij van anderen ziet wil hij ook ervaren, maar uit angst voor het systeem dreigt hij de hand aan zichzelf te slaan. Paulus behoedt hem daarvoor en helpt hem zijn leven te vernieuwen in Christus. Wat in het groot niet lukte, lukt blijkbaar in het klein wel en nog veel vruchtbaarder.

Bevrijding van onze eigen ketenen

Ook in onze kerk ervaren we vaak die tweestrijd. Graag zouden we met veel meer mensen ons geloof delen, terwijl we ook merken dat onze kracht in de kleinheid zit. Het is een voortdurend zoeken naar de beste manier om onze boodschap over te brengen, waarbij we moeten oppassen ons niet te laten verleiden tot een boodschap als commercieel koopwaar, zonder kwaliteit. Juist in de kleinheid kunnen we ook kwaliteit bieden, ook al leidt dat tot een spottende blik van andere kerken. Alleen zo kunnen we hen bereiken die oprecht zoeken. Die diepgang nodig hebben en zo verder willen komen op de weg van God en Jezus werkelijk willen leren kennen.

God heeft ons de heilige Geest gegeven om op onze manier het geloof te verkondigen en dat is geen schreeuwerige act die niet zou misstaan in een wereld van opdringerige media. Nee, onze boodschap is meer gericht op een contemplatieve vorm van geloven. Hoe dan ook is het goed, wanneer we ons blijven bezinnen op onze plek in de wereld. Wanneer we daarin onze draai gevonden hebben, mogen we ervaren dat de ketenen afvallen en de deuren openspringen.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Handelingen 16, 16-34; Openbaring 22, 12-21; Johannes 14, 15-21

Binnentreden in Gods werkelijkheid

Preek op het hoogfeest van Hemelvaart, jaar C, 30 mei 2019

Zusters en broeders,
Het geloof wordt ernstig op de proef gesteld met Hemelvaart. De meeste mensen zullen waarschijnlijk niet meer weten waarom we vrij zijn op deze dag en onder hen ook veel gelovigen. Het is ook niet gemakkelijk. Het heeft iets ongrijpbaars en daarmee rijst de vraag naar hoe we kunnen geloven in iets dat zo ongrijpbaar is. Iets dat we ons niet kunnen toe-eigenen, niet naar onze hand kunnen zetten. Hoe kunnen we binnentreden in Gods werkelijkheid.

Uit handen geven

We vinden het moeilijk als mensen om dingen uit handen te geven. Een zekere angst om de controle te verliezen houdt ons in de greep. Het grijpt diep in op het menselijk leven van alle dag, het grijpt ook diep in op hoe we omgaan met relaties. In de vergaande autonomie van mensen, dreigt men elkaar te verliezen, elkaar niet meer te horen. De wereld hunkert naar omzien naar elkaar, naar een verbindende boodschap, een verhaal dat hoop biedt. We zoeken naar stabiliteit en vastigheid, herkenningspunten die ons helpen die verbinding te vinden.

Vanuit de basis

De leerlingen van Jezus krijgen de opdracht in Jeruzalem te blijven en te wachten tot ze de kracht krijgen om zo de wereld in te gaan om het goede nieuws te verkondigen aan alle mensen.

Het is als een reis die ze moeten maken waarvoor ze een goede basis nodig hebben. Wie op reis gaat heeft een vertrekpunt nodig. Dat vertrekpunt is doorgaans ook de plek waarop we terugvallen, de veilige haven die ons vertrouwt overkomt. Een plek om tot rust te komen en nieuwe inspiratie op te doen. Voor de leerlingen is dat de stad Jeruzalem. Het is hun veilige basis waar ze op kracht kunnen komen. Daar kunnen ze God loven in de Tempel, tot de heilige Geest over hun heen zal komen.

Helaas zal die veilige basis verloren gaan wanneer de Tempel in Jeruzalem vernietigd wordt. Voor iedereen is het moeilijk wanneer je eigen veilige basis je wordt ontnomen. Je ziet het wanneer mensen worden verdreven van huis en haard in geval van oorlog, maar ook wanneer je eigen huis of de relatie die je had niet meer de geborgenheid biedt waarop je hoopt. Mensen raken ontheemd, ontredderd zoeken ze naar vastigheid. Emoties lopen hoog op samen met een ervaring van verwarring. Te midden van dat ontstaat verlangen. Het kan een verlangen zijn naar spullen of plekken, verhalen of handelingen en rituelen die herinneren aan de geborgenheid die eerder werd ervaren. Die kracht gaven. Het is ook de basis geweest voor de ontwikkeling van de kerk als een standvastige plek waar verhalen worden gedeeld en rituelen voor verbinding zorgen. Kerk is daarin een afspiegeling van het hemelrijk dat wij verwachten, alleen is het wel een door mensenhanden gemaakt bouwwerk wat weliswaar structuur biedt, maar waar we ook niet te sterk aan moeten blijven vastklampen.

Niet door mensenhanden gemaakt

Christus oversteeg dit alles, Hij ging binnen in een heiligdom dat niet door mensenhanden gemaakt is. We kunnen het daarmee ons niet toe-eigenen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën trekt de vergelijking met de hogepriester die elk jaar het heiligdom van de Tempel binnengaat. De hogepriester kan zichzelf niet geven, maar heeft het bloed van een offerdier nodig. Het is iets tijdelijks dat door Jezus’ eenmalige offer overwonnen werd. De weg is gebaand waardoor de band tussen God en mens is hersteld. Geloof kan daarom ook werkelijk vertrouwen zijn dat redding ook voor jou mogelijk is. Ik zie dat als een redding van onze eigen beperkte blik. Door geloof kun je het aardse werkelijk overstijgen en zien zoals God ziet. Christus heeft daarmee het probleem in de wereld doorbroken dat de mens keer op keer zich in de zonde moet wentelen in de hoop met God te worden verzoend. De mens is immers al verzoend met God. Het vergt echter wel oefening om dat te kunnen doen en dat kunnen we doen daar waar mensen samenkomen om te luisteren naar Gods Woord en Jezus ontmoeten in het breken en delen van Brood en Wijn als Lichaam en Bloed. In aardse vormen krijgen we dan aangereikt wat niet door mensenhanden is gemaakt.

Ondertussen staan we als de Galileeërs naar de hemel te kijken. Een wolk onttrekt Jezus aan onze aardse blik. Lucas laat dan twee mannen in witte gewaden opdraven. Ze kondigen iets aan dat duiding geeft aan wat er gebeurt, zoals we ook zien bij de geboorte van Jezus. De wolk die Jezus onttrekt aan het zicht verbindt ons met de verhalen uit het oude testament, waar Mozes in de wolk verbleef op de berg en hoe God vanuit de wolk spreekt en meetrekt met de Israëlieten. We worden ook verbonden met de verheerlijking op de berg waar Jezus samen met Mozes en Elia van gedaante verandert. Willem Barnard noemde dat ‘een soort generale repetitie voor Hemelvaart.’ De wolk die hem toen buitensloot, sluit hem nu in.

Gods werkelijkheid

Jezus is overgegaan naar Gods werkelijkheid die geheel anders is dan die waarin wij mensen leven. Het is een werkelijkheid die wij ons niet kunnen toe-eigenen. We kunnen het niet naar onze eigen hand zetten. Het overstijgt daarmee onze eigen werkelijkheid die gebonden is aan ons menselijk handelen. De hemel waarin Jezus wordt opgenomen is daarmee iets bestendigs. Een stabiel gegeven dat niet hoeft te veranderen omdat we het naar onze eigen handen willen zetten. Het draait niet om ons veranderlijke beeld van hemel, geloof of God, maar om wat het werkelijk is. Zo overstijgt Jezus het egocentrisme van de mens.

In onze wereld waarin we snakken naar houvast en verbinding is de verleiding groot dat we ons vastklampen aan duidelijke, vastliggende dingen. Het is een spanningsveld tussen traditie en conservatisme. Terwijl traditie een levend gebeuren is, neigt conservatisme naar heimwee naar een verleden dat voorbij is of een toestand die eigenlijk nooit bestaan heeft. Wanneer we ons daar krampachtig aan vasthouden worden we ontrouw aan het heden. De leerlingen hebben geleerd van Jezus dat na de tijd dat ze ‘in Jeruzalem’ moesten blijven de tijd aanbrak om aan de slag te gaan. ‘Jullie hebben gezien wat ik heb gedaan: en nu jullie!’ zoals mijn leidsman placht te zeggen. Jezus sterkt ons daarvoor. Hij rust ons zelf toe, door de kracht van de H. Geest. Daarvoor roept Hij de mensen vanaf hun eigen plaats, hun eigen veilige basis, het eigen Jeruzalem. Wanneer we ingaan op de uitnodiging van Jezus overstijgen wij ook ons eigen aardse bestaan en komen ook wij thuis bij God.
Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Handelingen 1, 1-11; Hebreeën 9, 24-29; Lucas 24, 49-53

Vier mee op Hemelvaartsdag

Donderdag 30 mei vieren we de Hemelvaart van de Heer om 11.00u in de Oud-Katholieke Kerk in Groningen. Dat doen we graag met jou en hopen daarom ook dat je komt. Sommigen trekken de wenkbrauwen op en komen met de vraag of het wel handig is of je op een vrije dag zo’n kerkviering moet doen. Dat is het hem nu juist! Daarom juist kunnen we Hemelvaart vieren op de dag zelf. Daarmee begrijp je ook veel meer de betekenis van deze dag en de hele Paastijd die vernuftig in elkaar zit. Daarom hieronder wat uitleg, klik op de link om meer te weten te komen.

Wat vieren we op Hemelvaart?

We vieren de Hemelvaart van de Heer op de 40e dag in de Paastijd en dat is een donderdag. Met Hemelvaart vieren we dat Jezus Christus opgenomen wordt in de hemel.

Geloof mag het hart raken

Preek bij Vijfde zondag van Pasen, jaar C, 19 mei 2019

Zusters en broeders,

Geloof is iets wat verandering teweegbrengt. God heeft ons als mensen geroepen en dat maakt dat we op zoek gaan. De mens heeft van nature een zekere onrust in zichzelf. We zoeken naar betekenis in het leven en hoe je het wendt of keert, daarin is toch altijd iets wat de mens overstijgt. Daarin mogen we God herkennen die de mensen naar zich toetrekt en zich openbaart, daar waar mensen boven zichzelf worden uitgetild, daar waar we Gods liefde onder de mensen aantreffen. ‘Heb elkaar lief’ is het gebod dat Jezus zijn leerlingen meegeeft. Het klinkt zoet en naïef en misschien haak je als toehoorder nu af, zo heb ik dat zelf in ieder geval jaren gehad. Het lijkt niet te matchen met de werkelijkheid waarin wij leven. Het is dan ook een gebod dat zo vaak is misverstaan en onder christenen ook geleid heeft tot een ontkenning van alles wat mensen verkeerd deden om het zo met de ‘mantel der liefde’ toe te dekken of om een naïeve vergeving af te dwingen bij elkaar. Dat is echter symptoombestrijding wanneer mensen elkaar in beginsel niet hebben liefgehad. Men probeert het te verdoezelen, zonder open te staan voor de pijn en verdriet die mensen hebben doorgemaakt.

Elkaar liefhebben is het nieuwe gebod van Jezus en daarmee de basis van waaruit we als volgelingen van Jezus vertrekken. Wanneer we vanuit de liefde voor elkaar vertrekken, dan draaien we niet narcistisch in een kringetje om onszelf heen. Dan herkennen we in het oprechte verlangen van de ander ook ons eigen oprechte verlangen. Ik ervaar dat als verlangen naar God in het leven. Het is licht dat voor alle volken redding brengt. Geloof mag het hart raken.

Geheimen ontsloten in de nacht

Het evangelie van vandaag wordt voorafgegaan door een belangrijke wending in de maaltijd die Jezus met zijn vrienden deelt. Allen hebben ze gedeeld van het brood en de wijn die als Lichaam en Bloed de levende Jezus zijn. Eén vriend – Judas – kan het niet aan en verlaat het toneel waardoor de wending in het verhaal versterkt wordt. Hij verdwijnt in de duisternis van de nacht, zoals de verteller benadrukt. De volgende hoofdstukken in het verhaal kenmerken zich door duisternis en onbegrip die aanhouden tot en met de duisternis van het graf. Het is als de donkere nacht van de ziel waarin we tot de kern van het geloof komen. In de beslotenheid van de nacht worden de belangrijkste geheimen met elkaar gedeeld die leiden tot een vernieuwd geloof.

Het is een nieuwe stap in hun geloof en dat maakt veel los, zoals iedereen kan ervaren wanneer ze een nieuwe stap zetten in hun geloof. Omstanders zijn niet altijd even enthousiast. Je laat een vertrouwde gemeenschap los om je te binden aan een nieuwe gemeenschap met andere tradities. Je wordt geconfronteerd met de dingen die je achterlaat. De nieuwe dingen die je tegenkomt zul je ook niet altijd even gemakkelijk omarmen, want ook op die nieuwe weg zul je dingen tegenkomen die je minder aanspreken of die je afwijst.

De apostelen kunnen niet anders dan van de waarheid die zij hebben ontdekt te getuigen. Ze ervaren zich als licht voor alle volken en het raakt blijkbaar veel mensen. Er is iets waardoor ze dichtbij de verlangens komen van de mensen om hen heen. Dat maakt de autoriteiten jaloers en ze doen er alles aan om de apostelen zwart te maken. Je zal er maar tussen staan. Beide geloofsgroepen vertellen van God en claimen van de waarheid te getuigen. Hoe weet je dan wie die waarheid heeft? Zeker nu leidt dat tot veel twijfel bij mensen. Geen wonder, gezien we in een wereld leven vol nepnieuws en Google kennis. Het is moeilijk om zin van onzin te scheiden en wat de ander als zinvol ervaart wordt ook gemakkelijk afgewezen. Mensen hebben behoefte aan licht in hun leven. Het schept verheldering.

Traditie zoekt aansluiting in het hart

We kunnen niet alles in het geloof bevatten met de rede. We zien het in het droombeeld van Johannes waarin we een omkeer kunnen herkennen. Samen met het evangelie mogen we ontdekken dat het geloof niet alleen maar op ons betrokken is, maar dat het samenkomt in de gemeenschap waarin we eucharistie vieren. Het is het dankoffer dat we mogen brengen aan God en we mogen ons gelukkig weten dat we deelhebben aan dat bruiloftsmaal.

Een katholieke kijk op de wereld brengt met zich mee dat niet alleen de H. Schrift, maar ook de traditie als vindplaats wordt ervaren van Gods openbaring. In traditie zit ontwikkeling van de mens door de eeuwen heen die maakt dat we het geloof kunnen vertalen naar de werkelijkheid van het hier en nu. Het helpt ons om focus te houden en om op een wijze manier om te gaan met de H. Schrift, waarbij we niet zomaar alles precies doen zoals het duizenden jaren geleden gebeurden. Zoals mijn islamitische kapper van de week zei: ‘als gelovigen zijn we toch van het hier en nu? We kleden ons toch ook naar de maatstaven van nu en leven in de wereld van nu?’

Traditie is dus iets wat zich ontwikkelt door de eeuwen heen en nooit stilstaat maar licht werpt op de hedendaagse beleving van het geloof. Een sterk voorbeeld daarvan is de volksdevotie rondom heiligen en met name rondom Maria, de Moeder Gods en eerste onder de heiligen. Het is immens populair bij vele, vele katholieken over de hele wereld. Het heeft zich kunnen ontwikkelen doordat het geloof de traditie gebruikte om aansluiting te vinden bij wat in de harten van mensen leefde. Het past bij een levend geloof dat zich in alle lagen van de bevolking manifesteert.

Volksdevotie

Ik hou van volksdevotie omdat ik zie dat het een belangrijke bron is voor het toegankelijk houden van het geloof. Het voorziet in een behoefte bij mensen in alle lagen van de bevolking aan toegankelijke en gemakkelijk te internaliseren vormen van geloofsuitingen, dichtbij de mensen. Ik weet echter ook dat veel oud-katholieken dat erg lastig vinden. Het heeft met onze geschiedenis te maken waarin we los kwamen te staan van de andere rooms-katholieken na de reformatie. Daardoor zijn met name de jonge devoties van de 18e en 19e eeuw aan ons voorbij gegaan. In onze kringen was er een zekere behoefte aan een sterke theologische correctheid en geleerdheid, waardoor er al snel werd neergekeken op dat soort volkse devoties.

Een voorbeeld daarvan is de Mariadevotie, met name in de meimaand die zich in die tijd ontwikkelde. Misschien werd het gezien als een inbreuk op de katholieke kerk van Nederland door de buitenlandse pauselijke invloed en daardoor verbonden met de ontkenning van ons als de van oudsher aanwezige katholieke kerk van Nederland?

Zelf ben ik opgegroeid in een rooms-katholieke parochie waar devoties niet erg sterk aanwezig waren. Toch mis ik wel heel erg de devotie tot Maria, met name in de meimaand die toch wel – zij het beperkt – leefde in de parochie van mijn jeugd. Ik heb het nooit aangedurfd om daar echt iets mee te doen in de oud-katholieke kerk, maar naar aanleiding van een gesprek dat zich ontwikkelde in het bestuur vond ik het belangrijk om dat toch eens te doen en zo dus vandaag een Marieliedje te kiezen dat verbonden is met mijn jeugd.

Theologisch hebben de Mariadevotie en de daarbij behorende liederen misschien niet zo’n sterke basis, maar voor veel katholieken is het iets wat diep in de harten leeft en de ruimte geeft aan emoties. Anselm Grün schrijft daarover: ‘Veel oude Marialiederen raken de harten van de mensen, omdat ze poëtisch zijn en vol vreugde over de menselijke en moederlijke God. En zulke liederen herinneren ons altijd ook aan ervaringen uit onze jeugd, aan het besef dat we geborgen en bemind zijn, aan de ervaring dat we door het geloof van de anderen worden gedragen.’[1]Het doet ons ontsnappen aan de donkere kant van het leven en geeft een luchtige uiting aan de vrolijkheid die we mogen ervaren, ook in de natuur waarin alles ontluikt in blijde verwachting van de zomer.

Geloof mag het hart raken en is niet louter een zaak van het hoofd. Het mag ons doen beseffen dat we als kinderen van God gewenst zijn ook al beseffen we dat niet altijd. Dat begint bij de liefde die voor elkaar hebben waarin we eenheid mogen ervaren, ook al zijn we en denken we verschillend. Het mag van ons afstralen zodat iedereen zal zien dat we leerlingen van Jezus zijn en als licht zijn voor iedereen.

Amen.

Handelingen 13, 44-52; Openbaring 19, 1-9; Johannes 13, 31-35


[1] Grün, A. (1998). Je eigen levensvreugde terugvinden.

Jongerendag 2019 (aartsbisdom Utrecht)

Jongerendag – zaterdag 15 juni 2019

De jongerendag van het aartsbisdom zal dit jaar plaatsvinden op zaterdag 15 juni. We zijn te gast in de parochiekerk van Culemborg. In de ochtend is er tijd om kennis te maken en zijn er workshops. Na de lunch hebben we onze eigen jongerenviering, waaraan de jongeren zelf een bijdrage zullen leveren. In de middag verkennen we Culemborg en hebben we een activiteit in de stad. We sluiten af om 17.00 uur.

Programma (globaal)

09.30-10.00 inloop met limonade

10.00-13.00 ochtendprogramma met workshops, gevolgd door lunch

13.00-14.00 jongerenviering

14.00-17.00 activiteit in de stad en afsluiting met hapjes

17.00 Einde 

Aanmelden

Leeftijdscategorie: 8-20 jaar (jongeren tussen 20 en 25 jaar die willen komen helpen kunnen zich melden bij Michael).

Aanmelden kan bij Michael tot en met 27 mei 2019.

Graag een mailtje sturen met de namen en leeftijden van de deelnemers.
Indien van toepassing ook allergieën opgeven i.v.m. de maaltijd.

Muziek

Speel je een gitaar, (dwars)fluit, viool of een ander instrument dat je makkelijk mee kunt nemen? Laat het dan even weten. We zoeken nog een paar mensen die het leuk vinden om de muziek te begeleiden tijdens de jongerenviering.

Goed om te weten

De Oud-Katholieke Kerk van Culemborg:

Varkensmarkt 18-20, 4101 CL Culemborg.

Concert: Ubi caritas et amor

Con Anima zingt op zaterdag 18 mei om 20.00 uur in de Oud-Katholieke kerk over geestelijke en wereldlijke liefde in schoonheid en gruwel. In vreugde en verlatenheid. Liefde die van alle eeuwen is.

Het koor zingt werken uit de 16e en 17e eeuw, composities uit de 20e en 21e eeuw waaronder de Victoria, Monteverdi, Gjeilo, Vasks en werk van de koordirigent Jan Verbogt.

Sinds kort repeteert Con Anima in de Oud-Katholieke kerk in de Witte de Withstraat in Groningen.
Het concert is de gelegenheid om kennis te maken met het koor en deze locatie aan de rand van de binnenstad.

Toegang is gratis. Een gift na het concert wordt op prijs gesteld.
zie ook: https://conanima.nl/

Vertel van het nieuwe leven

Preek bij de derde zondag van Pasen, jaar C, 5 mei 2019

Zusters en broeders,

Vandaag hoorden we bijzondere verhalen over hoe de leerlingen van Jezus hem hebben herkend in wat zij deden, het breken van het brood. Alle verhalen van vandaag vertellen over iets nieuws dat ze hebben ervaren. Het is een bevrijdende ervaring die deuren opent die gesloten waren.

Vandaag vieren we in Nederland ook een andere soort bevrijding die 74 jaar geleden ons leven veranderde. Na jaren van bezetting en onderdrukking en verschrikkingen werd ons land bevrijd. Het veranderde iets in onszelf maar ook in Europa. Een besef dat dit soort verschrikkingen nooit meer mochten gebeuren maakten zich van ons meester en langzaamaan veranderde dat ook onze manier van kijken naar de geschiedenis van ons eigen land, die niet altijd even zuiver was. Nog steeds werkt dat door in onze manier van kijken naar de wereld en nog steeds zijn we niet klaar met die bevrijding brengen aan anderen die onderdrukt worden. Het is een licht dat zich maar langzaam verspreidt door de wereld.

Nieuw licht

Toen we in de Paaswake de verrijzenis van Jezus vierden, brachten we door de duisternis van het kerkgebouw nieuw licht naar binnen met de Paaskaars als het Licht van Christus. We ontstaken onze kaarsen aan de Paaskaars en gaven zo ook dat nieuwe licht door aan iedereen in de kerk. Ook in de kerk zelf werden nieuwe kaarsen aangestoken. Ze geven uitdrukking aan hoe Jezus leven vernieuwend mag werken in ons leven. Hoe Jezus het vuur in ons aanwakkert. Het zijn ook die verhalen over hoe de apostelen en de vroege gemeenten worstelen met dat nieuwe leven dat ze zijn aangegaan.

Het is niet eenvoudig om vorm te geven aan zo’n vernieuwd geloof, dat zo anders lijkt dan tot dan toe bekend was. Dat afwijkt van de mainstream. Het vraagt moed om voor het geloof te staan dat je is geopenbaard. God nodigt je uit om zijn weg te volgen, maar je zult zelf de stappen moeten zetten op die weg van vernieuwing.

Het is door Jezus dat de apostelen een vernieuwing hebben doorgemaakt. Zij willen iedereen vertellen van het bijzondere dat ze hebben meegemaakt en de nieuwe kennis die ze hebben opgedaan. Dankzij Jezus is God niet meer verscholen achter het voorhangsel van de Tempel, waar enkel een select gezelschap mag komen. God is toegankelijk geworden voor iedereen en wel direct door Christus. God laat zich niet opsluiten ver buiten het gezichtsveld van de mensen. Hij laat zich vinden, trekt met de mensen mee, zoals Hij vroeger ook deed toen Hij in de tent meetrok met zijn volk.

Die vrije omgang met God is iets wat de hogepriester en zijn medestanders steekt. Het tast de macht van de Tempel aan. De Tempel heeft het alleenrecht op God geclaimd en zij die afhankelijk zijn van de Tempel en haar inkomsten worden jaloers op die houding. Zij kunnen zich niet los worstelen van die macht, hoe graag ze dat misschien ook zouden willen. De beste oplossing lijkt dan om die oproerkraaiers van een apostelen op te sluiten om zo hen de mond te snoeren. Ze hebben echter een boodschap te vertellen die zich niet laat opsluiten. Een engel van de Heer opent daarom de deuren en stuurt ze op pad met de opdracht om het volk te vertellen over ‘alles wat het nieuwe leven aangaat’.

Het nieuwe leven herkennen

Wat dat nieuwe leven inhoudt en hoe je dat herkent is misschien niet zo duidelijk. Er is geen vastliggend model dat ons precies vertelt hoe dat nieuwe leven er uitziet. Het is ook de vraag of we het gemakkelijk herkennen wanneer het voor onze neus staat. We bespeuren misschien iets, we raken vol van dingen die we hebben meegemaakt, maar vervolgens het aanraken en voeden is nog niet zo vanzelfsprekend. De leerlingen die bijeen zijn en elkaar vertellen van wat ze meegemaakt hebben kunnen het eigenlijk nog niet geloven wanneer Jezus Christus werkelijk in hun midden is. Jezus heeft een nieuw lichaam gekregen waaraan ze nog niet gewend zijn. Vaak heb ik mij afgevraagd hoe dat is geweest voor die leerlingen. Hoe het werkelijk voelde. Zouden ze werkelijk een verschijning hebben gehad, of zouden ze door al die verhalen ineens beseft hebben wat alles betekende? Dat ze zo Jezus als heel echt konden ervaren? Dat ze hem konden voeden met wat ze zelf te bieden hadden? Dat Hij tastbaar aanwezig was, doordat ze hem konden herkennen in brood en wijn? Ik was er graag bij geweest toen. Het ervaren zoals zij het konden ervaren.

Misschien zullen we dat wel nooit op die manier ervaren, maar dat betekent niet dat Zijn aanwezigheid bij ons minder echt is. De leerlingen hebben de middelen doorgegeven aan ons waarin zij Jezus konden herkennen. Daarom vieren we elke keer weer eucharistie. Maar wij mogen de aanwezigheid van Jezus voeden met wat wij zelf te bieden hebben. De leerlingen, vissers, gaven hem te eten van wat ze zelf te bieden hadden, een geroosterde vis. Wat bieden wij Hem van onszelf aan? Wanneer we dicht bij onszelf blijven, dan is Jezus aanwezig in ons leven en ontvangt Hij de voeding vanuit ons mens-zijn om ons nabij te zijn.

Vernieuwing door de waanzin van het kruis

Zo wordt Jezus meer dan een aanwezigheid die alleen gesymboliseerd wordt door het brood en de wijn, maar een werkelijkheid die ons doordringt tot in het diepste van ons bestaan.

Is dat ook wat Johannes in zijn openbaring aan ons wil mededelen in zijn vreemde dromentaal?

In het aanstootgevende beeld van het geslachte lam mogen we de verkondiging van de blijde boodschap herkennen dat wordt verkondigd door de waanzin van het kruis, het lijden, de dood en verrijzenis van Jezus. De overwinning komt vanaf de onderkant van de geschiedenis. Het lijden en sterven van Jezus toont de solidariteit met alle slachtoffers van de hele geschiedenis van de mensheid. Jezus zelf is één van hen. Daarom is Hij degene die de boekrol kan openen. Hij is de sleutel om te begrijpen wat er geschreven staat.

Hij vernieuwt ons bestaan en geeft de mogelijkheid om anderen opnieuw te laten beginnen. Het is het scheppende woord van het begin, het nieuwe lied dat mag klinken. Zeker in deze tijd van Pasen van de Heer, waarin het vuur in ons opnieuw mag worden aangewakkerd. Waarin we mensen mogen ontmoeten en hen vertellen van de het nieuwe leven dat ons door de verrijzenis is geopenbaard.

We mogen dat doen door elkaar en anderen te vertellen van onze eigen ervaringen. Het voedt ons geloof en helpt anderen op weg in het geloof. Ik weet het, dit blijven gesproken woorden. Diep van binnen zingt mijn hart dat nieuwe lied en we mogen de verbinding en openbaring ervaren in de tekenen die we straks samen mogen vieren.

Amen.

Lezingen

Handelingen 5, 17-29; Openbaring 5, 6-14; Lucas 24, 35-48